Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Edward van de vendel
Edward van de Vendel
DIEF VAN DE DUIVEL – Mikael Engström (Van Goor)

Vorig jaar werd de naam Engström een NAAM in Nederland, vanwege zijn boek TOBBE. Maar als hij toen al een
naam werd, wat moet hij dan nu niet zijn? Ik vind DIEF VAN DE DUIVEL een nog veel beter boek dan TOBBE.
Engström schrijft over Steppo en Dick en Håkan, die alledrie hun wanhopige opgroeien in een Zweeds
provinciestadje proberen te doorstaan. Er gebeurt heel veel, en alle scenes zijn raak. Daarbij is dit ook een
gevaarlijk boek: steeds hou je je hart vast om Steppo, om iedereen bij hem in de buurt, om alle jonge mensen die
niet in ideale omstandigheden verkeren. Een groots boek, een boek ook om te herlezen.

Dit boek werd vertaald door Bernadette Custers.

MICHAEL BABELIOWSKY (HET MOOISTE IDEE VAN DE WERELD) – Merijn O. Bolink (Van Waveren)

Een van mijn favoriete kunstenaars is Merijn Bolink. Ik was dan ook blij verrast toen ik zag dat hij in de
Glubbdubdrib-reeks van Uitgeverij Van Waveren een kinderboek heeft gemaakt. Een prentenboek voor oudere
kinderen, eigenlijk. En wat voor een prentenboek! Hoofdpersoon is Michael Babeliowsky, die zijn hele leven op zoek is
naar het volmaakte idee, het idee waar iedereen gelukkig van wordt. En dus loopt dit boek over van dat soort ideeën.
Michael groeit op en vindt de liefde, maar we krijgen (naast Bolinks collages) allerlei geestverruimende gedachten
mee: haartjesschoenen, zelfhoekende fotokleevjes, regenboogruitenwissers enzovoort enzovoort. En douchen
gelukkige mensen langer dan ongelukkige? Bestel dit boek bij de boekhandel of via www.uitgeverij-van-waveren.nl
AVI 7 KANJER – Lydia Rood (Zwijsen)

Uitgeverij Zwijsen gaf van enkele auteurs zogenaamde Kanjerboeken uit: drie verzamelde AVI-boeken op hetzelfde
niveau, in een dikke, goedkope herdruk. Niet mooi vormgegeven, wel een erg mooi initiatief. Zeker waar het deze
uitgave van Lydia Rood betreft. We lezen ASSEPOESTER EN ZOON (een vrolijk verhaal) en DE MIDDAG VAN
MIMOEN (een heel lief verhaal over Jankel die een baby op het strand vindt en daar een middag lang mee optrekt en
zo zijn eigen eenzaamheid bestrijdt), maar het allermooiste verhaal is ook het langste: EEN HUT DIE KAN DRIJVEN.
Ik begrijp niet dat dit AVI-boek bij verschijnen geen griffel heeft gekregen. Het gaat over Frannie en haar vriendje
Joram, die een hut bouwt op het dak van de flat. De langzaam groeiende liefde tussen die twee is zó mooi
beschreven, ik geloof dat ik dat niet eerder zo heb gelezen. En dat tegen een achtergrond van nauwelijks
uitgesproken problemen. Heel knap.

VALID – Jaak Dreesen (Averbode)

Al jarenlang is Jaak Dreesen een belangrijke vaste waarde in Vlaanderen. Met zijn precieze pen schetst hij rijke,
gevoelige portretten van jonge mensen in soms extreme omstandigheden. Zo ook in het mooie kleine boekje
VALID. Het speelt in ex-Joegoslavië, in Bosnië misschien, al staat dat nergens vermeld. In weinig woorden
vertelt Dreesen toch een zeer complex verhaal: over de oorlog, over hoe verschillend mensen op de dreiging
van die oorlog reageren en hoe de liefde en het leven toch gewoon doorgaan. Valid en zijn Francesca zijn de
dragers van de hoop – en Jaak Dreesen is een schrijver die altijd mededogen voor zijn personages zal tonen,
hoe zwaar de omstandigheden waarin zij terechtkomen ook zijn.
Jaak Dreesen
LENA LIJSTJE – Francine Oomen (Van Holkema & Warendorf)

Lena heet natuurlijk niet ‘Lijstje’ van haar achternaam. Maar ze maakt ze wel, lijstjes. Een goed middel om de rommel
in haar hoofd een beetje op te ruimen. En die rommel wordt soms extra overhoop gehaald door de grote mensen in
haar omgeving. Door haar vader en moeder bijvoorbeeld, die zomaar uit elkaar gaan. LENA LIJSTJE is een grappig
boek. Lena is een heerlijk monter meisje waar je acuut van gaat houden. En dus is dit ook een troostrijk boek, een
optimistisch boek én een realistisch boek. Het lijkt me een van de beste voorbeelden van dat wat Francine Oomen
aan haar talrijke lezers wil laten zien: er gebeurt van alles dat niet leuk is om je heen, maar je hebt wel altijd een eigen
keuze in hoe je ermee om kunt gaan. Ik ben blij dat Lena én haar schrijfmoeder nu bij uitgeverij Querido horen. Dat is
reuzegoed voor ons. Welkom, Francine!
KLEINE LEUGENS – Chris Bos (Leopold)
EEN BROEIERIGE AVOND – Chris Bos (Leopold)

Ik heb een nieuwe auteur ontdekt en ik ben danig onder de indruk. Het zojuist verschenen EEN BROEIERIGE AVOND
van Chris Bos is een spannend en psychologisch knap opgebouwd boek rondom vier vriendinnen die samen weer
eens op vakantie gaan en daar onder andere Wilco tegenkomen: een stuurse jongen die dader wordt, maar misschien
wel slachtoffer is. Een beklemmend verhaal met een luchtige aanloop.
Nog beter vond ik een iets ouder boek van Bos: KLEINE LEUGENS. In dit boek spreekt de zestienjarige Solange tot
ons. Haar stem is sterk en grappig en door Bos heel precies in het leven geroepen. Dit boek is én luchtig én
diepgaand, en dat is knap. Solange is gefascineerd door Ruben, een jongen die min of meer door haar toedoen in het
huis van Solange en haar ouders terechtkomt. En dan is er ook nog vergeetachtige oma. Alles komt samen in het
einde van het boek – en dan heeft Bos nog een magistrale laatste bladzijde voor ons. En een magistrale laatste zin.
Het is jammer dat uitgeverij Leopold de overige boeken van Bos zo snel al niet meer in druk heeft, maar ik ga naar ze
op zoek!
DE SPIDERWICK-KRONIEKEN – Holly Black & Tony DiTerlizzi (Vassallucci)

Nee, ik ben geen grote fantasy-fan, en ik vind het dus des te leuker als ik boeken in dat genre lees die me wel
helemaal boeien. Dat was het geval met de 5-delige serie THE SPIDERWICK CHRONICLES. Ik schrijf deze titel in het
Engels, omdat ik ze in die taal heb gelezen én omdat er maar twee van de vijf delen in het Nederlands zijn
verschenen. De serie is dus gestaakt – helaas! Want deze serie over de tweeling Jared en Simon en hun zus Mallory
die in het oude huis van hun verre tante Lucinda gaan wonen en dan een nare sprookwereld binnen worden
gesleept is écht eng en écht spannend en daarbij zijn de kinderen échte kinderen. Het verhaal rolt zich pas in deel
vijf helemaal uit, en dus is het zonde dat in het Nederlands alleen de eerste twee delen zijn verschenen. Het is
bovendien een fantasy-serie voor wat jongere kinderen: vanaf 8 jaar. Maar de allergrootste verdienste van deze
boeken is de uitgave zelf: met prachtige, prachtige, prachtige tekeningen, schitterende omslagen en een landkaart
(en nog veel meer). In de USA is ook het toverboek waar het in deze serie allemaal om draait apart uitgegeven én de
film is in de maak.
Welke Nederlandse uitgever begint er opnieuw mee? Please?

De eerste twee delen werden vertaald door Ineke Lentink.

DE OGEN VAN DE CONDOR en ANANSI’S WEB – Lydia Rood (Leopold)

Van superschrijfster Lydia Rood verscheen onlangs DE OGEN VAN DE CONDOR. Een
avonturenboek – ja, want spannend is het. Maar: ongemakkelijk spannend. Het speelt namelijk in
Colombia, een land dat al jaren lijdt onder een alles verlammende burgeroorlog. Lydia sprak in
Colombia met jongeren (op uitnodiging van Stichting Vluchteling) en in het levensverhaal van de
15-jarige Ramiro komen veel van hun ervaringen samen. Het boek is zintuiglijk geschreven en het
verhaal valt nergens stil. Het gaat over verraad, over trouw, over liefde, over bloed, over land,
over oorlog en over vriendschap. Lezen dus, want belangrijk.
Een nog grotere tour de force leverde Lydia een aantal jaren terug met het schrijven van ANANSI’S
WEB, dat nu onder de titel DANS OM HET ZWARTE GOUD opnieuw uitgegeven is. Beide titels doen
niet helemaal recht aan dit fenomenale geschiedenis-verhalen-boek, die toch ook een hedendaagse
jeugdroman is. Het is bijzonder knap hoe Lydia de eeuwen teruggaande wortels van een drietal
jongeren blootlegt, en dat alles in spannende, aanstekelijke verhalen, met als terugkerend element
de Anansi-verhalen. GA EN KOM, wordt er steeds gezegd in dit boek over de slavernij, GA EN KOM,
en dat blijkt de basis van alle menselijke geschiedenis: ontworteling en worteling, gaan en komen,
weten wie je bent, en weten waar je vandaan komt…
SLAAF KINDJE SLAAF – Dolf Verroen (Uitgeverij Ger Guijs)

Dit is een boek als geen ander, en dus is het een boek om over na te denken. Verroen vertelt een verhaal (in zeer
korte zinnen, in korte hoofdstukken) vanuit Maria, de dochter van een plantage-eigenaar. Slavernij is voor haar
heel gewoon, door het hele boek heen ziet ze slaven niet als mensen. Een foute hoofdpersoon dus, uit een fout
gezin – en niet alleen wat de hoofdfiguren denken, maar ook wat zij doen is nogal gruwelijk. Om vanuit zo’n
hoofdpersoon te schrijven is nogal ongebruikelijk. De sympathie van de lezer ligt natuurlijk bij Koko en de andere
slaven, maar het verhaal wordt niet vanuit hen verteld. En dus denk je na het lezen van dit boek misschien wel
éxtra goed na over die hele schrijnende situatie. Gelukkig heeft Verroen een nawoord geschreven, wat bij dit boek
onmisbaar is. De eindconclusie: een intrigerend geheel. En de tekeningen van Veronica Nahmias zijn geweldig.

JUNKIES – Melvin Burgess (Gottmer)

Terecht wordt Melvin Burgess als een van de internationale koplopers van de jeugdliteratuur gezien. Naast zijn
fenomenale boek TESTOSTERON (eerder hier getipt) wordt ook zijn roman JUNKIES als meesterwerk aangeduid.
En terecht. De schrijver sleurt ons compromisloos mee in het hart van levens zoals we die niet elke week
meebeleven, maar die daarom niet minder waar zijn: die van Teer en Gemma die zwaar verslaafd raken. Dit is geen
politiek correct boek, dit is geen grote nee-nee-nee-wijsvinger tegen drugsmisbruik, dit is geen
jaren-tachtig-krakersroman, het is gewoon een geweldig boek over hoe een jong leven soms ook geleid wordt, of,
laten we hopen, ómgeleid…
Ik las van Burgess ook: FOXY, MIJN LEVEN ALS TEEF en HET HUILEN VAN DE WOLF. Ook goed!!

IK BEN OP JOU! – Mieke van Hooft (Lannoo)

Er verschijnt maar weinig kinder- en jeugdpoëzie, en er verschijnt maar weinig leuke en goedgeschreven kinder- en
jeugdpoëzie. Maar door deze liefdesverzen van Mieke van Hooft werd ik aangenaam verrast. Oké, misschien zijn de
onderwerpen niet hemelbestormend en oké, misschien is de titel wel erg commercieel, maar dat neemt niet weg dat
Van Hooft er met vakmanschap goed lopende en toegankelijke liedjesachtige gedichten voor jongere kinderen van
maakte.
Mijn favorieten zijn ‘Filmbeeld’ en vooral ‘Wat denk je dan?’ Een extra compliment verdienen de tekeningen van
Monique Beijer, ik hou van het robuuste van haar tekeningen, de sterke contourlijnen, en daarbij mocht het dit keer
van Lannoo ook nog eens in kleur…
DE WILDE KIPPEN CLUB – Cornelia Funke (Querido)
SLANGENEILAND – Pauline Michgelsen (Querido)
JORIS EN DE BEESTEN VEILIGHEIDS DIENST/DE GEHEIME WENS VAN
JUDITH – Mirjam Oldenhave (Van Holkema & Warendorf)

Het genre van de boeken-dicht-bij-huis, waarbij kinderen tussen de acht en
dertien jaar en hun vrienden en vriendinnen een avontuur beleven, dat
genre dus, is zowel al vaak beoefend alsook heel geliefd. Ik hou er van. Ik
vind het spannend als een auteur een fijn weg-leesboek van kan maken,
waarbij het verhaal luchtig genoeg, maar de karakters toch goed uitgediept
zijn. De auteurs van de bovenstaande drie boeken kunnen dat. DE WILDE
KIPPEN CLUB is het eerste boek uit een serie (en ja, ik heb hier al eerder
aangegeven dat ik van goed geschreven series hou) en hier wordt de
vriendinnenclub rondom de wat knorrige Sprotje geïntroduceerd.
Een mooi begin, waarin genoeg aanknopingspunten verwerkt zijn voor de volgende delen. Ook
SLANGENEILAND van Pauline Michgelsen vond ik leuk. De Nederlandse Jonas woont in Frankrijk
( er is al een eerder boek over hem en zijn gezin, HET TORENGEHEIM) en Josje komt logeren. Maar
er is ook nog een ander Nederlands meisje in de buurt – Anne-Sophie, die cello speelt en berichten
in geheimtaal stuurt. Een leuk boek, met een mooi Frans plattelands-decor. Ik hoop dat er nog
meer delen komen.
Het boek van Mirjam Oldenhave over Joris en Judith is goed van plot en goed van karakters (zoals
altijd schrijft Oldenhave vanuit zeer geloofwaardige kinderen), maar hier is het vooral ook de
constructie die indruk maakt. Je kunt het boek aan twee kanten beginnen. In opdracht
geschreven, en dat is dus soms lonend: spannend én dicht-bij-huis.
Daarnaast staat BIBI’S
BIJZONDERE BEESTENBOEK vol
met mooie miniaturen over allerlei
bijzondere boeken. Na het lezen
van deze wondermooi geschreven
stukjes, waarbij je afwisselend stil
wordt en hardop moet lachen,
hoop je alleen maar dat er nog
meer Bibi-bijzondere-boeken
zullen volgen. Beide boeken zijn
ook nog eens heel goed verzorgd;
de mooie tekeningen in het
beestenboek zijn van Fleur van der
Weel en Philip Hopman is perfect
(zoals altijd) in LAIKA. Kortom:
een en al feest.
HOU VAN DIE HOND – Sharon Creech (Hoogland & Van Klaveren)

Sharon Creech maakte al indruk met haar jeugdromans bij met name uitgeverij Kluitman, maar nu is er een heel
apart, origineel boek: het verslag van een jongen die gedichten leert lezen. Soms begrijpt hij ze helemaal niet, soms
vindt hij ze opeens heel mooi, en druppelsgewijs komt er in zijn verslag ook wat van zijn persoonlijke geschiedenis
te staan. Een heel bijzonder boek. De werkelijk prachtige tekeningen zijn van Rotraut Susanne Berner!

Dit boek is vertaald door Michèle Bernard.

WOLF – Martha Heesen (Querido)

Martha Heesen is al heel lang een van de gevierdste jeugdboekenauteurs – altijd precies, altijd fijnzinnig. Sinds haar
vorige boek MAANDAG HEEFT VLEUGELS schrijft ze ook voor wat jongere kinderen. En hoe! WOLF is ronduit
prachtig. Dit boek heeft alles: een bijzondere, precieze stijl, zeer levensechte hoofdpersonen, een fijne,
bevredigende afloop én een Heel Spannend Verhaal. Een boek voor jonge kinderen waarbij je zó meeleeft, dat komt
niet vaak voor. Martha Heesen kon al zoveel, maar dit kan ze dus óók!

AMSTERDAM VOOR KINDEREN – Michal Brix (Adr. Heinen Uitgevers)

Dit is een klein non-fictieboekje voor kinderen, en eigenlijk is het vooral een kaartenboek. Maar wat voor kaarten!
Ze zijn prachtig getekend en met deze mooie uitklapbladen en met de korte teksten kunnen kinderen al van heel
jongs af aan door Amsterdam lopen. Ze krijgen zo een goede indruk van de stad en van de historie van de stad. Het
gaat uiteraard maar om een eerste indruk, maar meer wil dit mooi verzorgde boekje ook niet tonen. Precies op
maat.

Dit boek is vertaald door Yke Schotanus.

Kinderboekenweekgeschenk 2006
LAIKA TUSSEN DE STERREN en BIBI’S BIJZONDERE BEESTENBOEK – Bibi Dumon Tak (CPNB en Querido)
De heldin van de non-fictie voor
kinderen, Bibi Dumon Tak, schreef
twee heerlijke boeken. LAIKA
TUSSEN DE STERREN is het
kinderboekenweekgeschenk 2006
en er staan verhalende reportages
in over dieren die de mensen
helpen. De hoofdstukken doen in
importantie en stijl niet voor elkaar
onder - wat een geschenk voor
iedereen die een boek koopt in de
kinderboekenweek! Het leest als
een spannend boek, en Bibi gaat
ook de lastigere, maar wel
werkelijke verhalen niet uit de weg.
Daarmee neemt ze niet alleen de
dieren, maar ook alle kinderen van
Nederland helemaal serieus.
BEZOEK VAN MISTER P. – Veronica Hazelhoff (Querido)

Een van onze grootste schrijvers heeft een van haar mooiste boeken geschreven. BEZOEK VAN MISTER P maakt
een enorme indruk. Het is het verhaal van Jo-Jo die reuma heeft, en de reuma-stem in het boek heet Mister P.
Mister P pest Jo-Jo en maakt hem het gewoon-een-jongen-zijn onmogelijk. Veronica Hazelhoff schrijft niet alleen
zeer, zeer, zeer overtuigend over het leven met een ziekte, maar ze weet óók alles over het dagelijkse leven van een
jongen die keeper is en een erg fijne vriend heeft: Simon. En dan is er ook nog Lena. Via haar verhaal lezen we over
nóg iets waar in de Nederlandse kinderliteratuur te weinig over geschreven is: de onzekerheden van asielzoekende
kinderen. Om meerdere redenen een boek waar we trots op mogen zijn. Trots dat het is geschreven, trots dat ónze
Veronica Hazelhoff dat deed.
MEISJES OM TE ZOENEN – Maranke Rinck & Martijn van der Linden (Lemniscaat)

Na HET PRINSENKIND is dit het tweede boek van Martijn (tekeningen) en Maranke (tekst). En wat voor een boek!
De prachtige platen zijn weer stunning. Je wilt er steeds weer opnieuw naar kijken. Eén van mijn favoriete platen is
die van de ijsbeer, en ook de jan-van-gent is prachtig. Maar ook de tekst vind ik heel goed. De korte verhalen die
Maranke Rinck aan elk dier gunde houden een mooi evenwicht tussen laconiek en serieus, en er klinkt een sterke
vertelstem in door. Martijn en Maranke hebben een mooie structuur aangebracht in het verhaal, steeds is de
vorige plaat aanwezig in het volgende verhaal en vice versa. Heel ingenieus! En het einde is onverwacht en dus
ijzersterk.
DE DIEPTE VAN EEN ZWEEDS MEER – Daan Remmerts de Vries (Kidsbibliotheek)

Zo. Wat een boek! DE DIEPTE VAN EEN ZWEEDS MEER is het zevende deel in de Kidsbibliotheek en
Remmerts de Vries maakte er een prachtig, prachtig, prachtig relaas van. Het is het verhaal van
Hesther die met de familie van haar vriendin Mo op vakantie gaat in Zweden. Maar vooral is het het
verhaal van Hesthers Eerste Keer, en Hesthers Eerste Liefde. Die onverwacht is. En onverwacht
verloopt. En hoe schitterend en trefzeker kan Daan Remmerts de Vries wel niet vanuit een meisje
schrijven! Erg knap is ook dat het boek zo makkelijk te lezen is. En tegelijkertijd een
warm-stromende diepte heeft.
HET MOET OVER LIEFDE GAAN – Anton van der Kolk (Van Goor)

Het is heel bijzonder als een auteur die je kent van mooie, verzorgde verhalen, met een bepaalde schrijfstijl,
opeens een boek schrijft dat Anders is. Anders, met een hoofdletter. Dat is het geval met dit zeer intrigerende
HET MOET OVER LIEFDE GAAN. Ingemar is een schrijver, ook al heeft hij in het begin van het boek nog maar
weinig geschreven. Hij zit op de middelbare school en besluit over de liefde te schrijven. Die komt hij in vele
gedaanten tegen: via een homo-leraar door wie Ingemar op zijn schrijverspad begeleid wordt, en via de meisjes
Yvonne en Paula. Het meest Andere aan dit boek is de stijl. Grunberg is erin terug te vinden, en dat bedoel ik als
een groot compliment. Van der Kolk heeft een hoogst origineel boek afgeleverd dat ik met bewondering las. En
het is ook nog eens heel mooi vormgegeven.
IK EN DE KONINGIN – Ted van Lieshout (Nieuw Amsterdam)

Wat maakt Ted van Lieshout tot zo’n belangrijk auteur? Meerdere dingen. Natuurlijk zijn schrijfstijl, steeds scherp en
precies. Natuurlijk zijn gevoel voor humor, ook in dit boek weer volop aanwezig. Maar het is toch vooral zijn
persoonlijke benadering van de literatuur. Een van de rijke kanten van de literatuur is dat we een bijzonder mens
(de auteur) ontmoeten die het ons mogelijk maakt de wereld op een andere manier te bekijken. Dat kan niet wanneer
een auteur zich niet volledig geeft in zijn werk. Ted van Lieshout doet dat wel, en altijd, en dus is elk boek dat hij
schrijft ook een stukje van het complete Van Lieshout-werk, waarin elementen terugkeren, waarin thema’s opnieuw,
luchtiger of ernstiger, vorm krijgen, waarin we nog iets verder geïntrigeerd kunnen raken door een verteller wiens
stem ons steeds bijblijft. Dit is wat hooggestemd, maar knap van dit heel vrolijke boek IK EN DE KONINGIN is dat het
dus weer vintage Van Lieshout is. En dat in zo’n grappig en toegankelijk verhaal!
PARELTJESPAP IS PAP VOOR PRINSESSEN – Imme Dros & Harrie Geelen
en
HEB JE MIJN ZUSJE GEZIEN? – Joke van Leeuwen (beide boeken: Querido)

Wat is het toch fijn dat er oeuvres bestaan! Van die boekenstapels, geschreven door schrijvers die
bij je zijn gaan horen in de loop van je (lees)leven. En wat is het geweldig als de latere boeken net
zo goed zijn als de vroegere boeken. Dat is dus het geval met deze twee verhalen. Het boek van
Joke van Leeuwen is een heel mooi voorbeeld van hoe ook in een heel eenvoudig verhaal de
humor en de veelzijdigheid van de schrijfster/tekenaar overeind blijft. En het nieuwe prentenboek
van Dros en Geelen is weer een feest om te lezen en vooral ook om naar te kijken. De schilderijtjes
van Geelen geven kleine clips bij de mooi simpele tekst van Dros: je kunt er naar blijven kijken en
de wereld om het plaatje heen straalt uit je boek.
SOCRATES – Thea Dubelaar (Zijdar Book)

Thea Dubelaar schrijft al sinds de jaren zeventig voor kinderen en haar oeuvre breidt zich nog steeds vrolijk en
fantasievol uit. Dubelaar schrijft allerlei soorten boeken (ook fantasy bv.) maar een van de allermooiste is zojuist
verschenen: SOCRATES. Dit is het verhaal van kleine Benny die, op een warm en ver eiland, in niet zulke fijne
omstandigheden leeft. Zijn stiefvader drinkt teveel en begrijpt niks van Benny en het gezinsleven. Maar Benny ziet
een zwart konijntje. Het duurt even voordat het konijn Benny vindt – maar dan blijkt het konijn (Socrates) zeer
bijzondere krachten te bezitten. Het verhaal is héél warm en rijk, het wordt nergens ongeloofwaardig en de
eilandsetting maakt het heel sfeervol. Een fijn boek!
DE WONDERBAARLIJKE REIS VAN EDWARD TULANE – Kate DiCamillo

Hoe Een Porseleinen Konijn Leerde Voelen – dat had de ondertitel van dit boek kunnen zijn. En meteen ook de
titel van de film die ervan gemaakt wordt. Want dat gaat zeker weten gebeuren. Door Disney. Dit boek is van het
type Eeuwig Geldig Boek. Het gaat over de reis door het leven van een speelgoedkonijn en van zijn diepe
innerlijke ommekeer na en gedurende die reis. Het boek is vooral zo goed omdat DiCamillo nergens steken laat
vallen. En door haar beheerste stijl en aanstekelijk verteltalent wordt het zoete van dit boek zeer genietbaar. De
tekeningen zijn prachtig, van Bagram Ibatoulline.

Dit boek werd vertaald door Martha Heesen.

RAMPENKAMP – Mirjam Oldenhave (Leopold)

Ik heb het hier al vaker geschreven: Mirjam Oldenhave is een van die zeldzame schrijvers die weet hoe kinderen
zijn, wat ze zeggen, hoe ze zich bewegen, wat ze voelen, en ze kan het ook nog eens toegankelijk opschrijven. Maar
de diepgang ontbreekt in haar boeken nooit. Ook in dit geweldige boek niet. Het gaat over een kamp voor verlegen
kinderen, en alle kinderen die erin voorkomen krijgen hun eigen kleine overwinninkjes van Oldenhave, en dan is het
geheel nog grappig en spannend ook. Een van Mirjams beste verhalen!

HET TOEVALLIGE LEVEN VAN JUSTIN CASE – Meg Rosoff (Pimento)

Om de een of andere reden kon ik iedereen die het eerste boek van Meg Rosoff, HOE IK NU LEEF, een
uitzonderlijk goed boek vond, niet helemaal bijhouden. Maar bij haar tweede boek ben ik er. David Case, een
jongen van 15, is ervan overtuigd dat het Noodlot hem opwacht. Om dat te voorkomen verandert hij niet alleen
zijn naam in Justin Case, maar probeert hij er ook anders uit te gaan zien, anders te reageren, anders te zijn. Het
boek is een verslag van zijn zoektocht, maar dat klinkt veel te braaf en te truttig voor dit razend originele
verhaal. Het is namelijk grillig en raar en het daagt de lezer tot in het maximale uit. Een lees- en denk-avontuur.

Dit boek is vertaald door Jenny de Jonge.
IK WOU DAT IK ANDERS WAS – Paul Biegel (Holland)

Nadat Biegel overleden is ben ik me gaan afvragen of ik werkelijk ál zijn boeken kende. Nee dus. Dit boek had ik
steeds om de een of andere reden overgeslagen. Onterecht. Anders, die anders wil zijn, komt in de dieren- en
insectenwereld terecht, en moet de tafel van zeven zien te leren. Dat is een risicovol stramien voor een schrijver,
want de lezer weet langs welke lijnen het verhaal zal verlopen en dus zou het een voorspelbaar boek kunnen worden.
Niet bij Biegel. Ondanks dat er in dit genre een voorganger-boek van Bomans is (ERIK OF HET KLEIN
INSECTENBOEK), was ook deze Biegel weer fris en spannend. En ánders, dus.

JOSJA PRUIS – Harm de Jonge (Van Goor)

Mooier kan een boek bijna niet uitgegeven worden. Het omslag van Wouter Tulp, en ook de binnentekeningen,
zijn werkelijk schitterend. Het boek is stevig ingebonden en de belettering is ook al erg mooi. (De boekverzorging
is van Steef Liefting). Maar ook inhoudelijk was ik weer erg blij met die nieuwe De Jonge-boek. Het bevat namelijk
een echt De Jonge-verhaal, een verhaal rond de komst van een intrigerende vreemde, die een naam heeft met de
letter J. En dus is dit een boek vol geheimen, en waarheden, die weliswaar pijnlijk zijn – maar er is altijd de
vriendschap nog. Harm de Jonge kunnen we misschien wel als de chroniqueur van de vriendschap zien, ook met
dit boek heeft hij dat weer prachtig bewezen.
MIDDEN IN DE WINTERNACHT – Andreas Steinhöfel (Lemniscaat)

Vorig jaar was zijn vertaalde roman HET MIDDEN VAN DE WERELD al een van de mooiste jeugdboeken die er in
Nederland verschenen. Hij won in Frankfurt voor DIE KURZHOSENGANG de Deutsche Jugendliteraturpreis, en dit
kerstboek kreeg dit jaar terecht een Vlag en Wimpel. Wat een heerlijk eindejaarsverhaal. Het is geschreven in een
laconiek-vrolijke stijl, en het verhaal opent met een eland die door het dak van het huis van een doodgewoon gezin
komt vallen. De eland kan praten, en moet enige dagen bij het gezin blijven wachten tot de Kerstman hem komt
ophalen. Steinhöfel kan heel wat grappen kwijt, maar ook warmte. Want psychologisch klopt dit heerlijke verhaal
aan alle kanten. En de tekeningen van Kerstin Meyer zijn super-toll!

Dit boek werd vertaald door Tjalling Bos.
GEHEIME MISSIE JERICHO ROOD – Joshua Mowll ( De Harmonie)

Dit is een boek als een schatkist. Het ziet er niet eens zo aantrekkelijk uit, maar als je het elastiek verwijdert
waarmee het boek dichtzit, en het kaft openklapt, kun je je geluk niet op. Behalve het verhaal krijg je namelijk
kleurige bouwtekeningen, plattegronden, overzichtskaarten, scheepsdoorsnedes en veel ander moois te zien. Het
verhaal zelf is razend spannend. De twee jonge hoofdpersonen maken onder de hoede van hun avontuurlijke oom
de ongelooflijkste avonturen mee, van een bestorming van een zeefort tot en met een reis in een onderzeeër. Het is
allemaal écht spannend en écht overtuigend – hier weet iemand hoe je een Heerlijk Jongensboek moet schrijven
Voor Iedereen. En gelukkig is het nog maar een eerste deel van een trilogie. Aanrader aanrader aanrader!

Dit boek werd vertaald door Gerbrand Bakker.

SMS – Tjibbe Veldkamp (Kidsbibliotheek)

De Kidsbibliotheekreeks blijft maar mooi uitbreiden. Tjibbe Veldkamp die samen met zijn illustratoren Kees de Boer,
Philip Hopman en Wouter Tulp een begenadigd prentenboekmaker is, is óók een begenadigd schrijver voor oudere
kinderen. SMS is daar een prima voorbeeld van. Bas heeft al tijden te maken met het onvermogen van zijn vader om
de dood van de moeder van Bas (en broertje Bobo) te verwerken. Vader zoekt een antwoord in de wereld van de
geesten. En inderdaad, op een dag stuurt moeder een sms’je… Een spannend verhaal, maar vooral een verhaal
waaruit het goede psychologische inzicht van de schrijver blijkt!
LIEVE MUIS – Daan Remmerts de Vries (Querido)

Wat leuk om weer een boek van én de tekenaar Daan Remmerts de Vries én de schrijver Daan Remmerts de Vries
te zien. Van deze Heel Grote Maker komt nu een prentenboekcadeautje. Een heel klein verhaaltje, erg lief, met –
anders zou het geen Remmerts de Vries-boek zijn – een verrassende wending op het eind. Koop dit boek,
overhandig het aan een geliefde en neurie: My little Valentine, sweet little Valentine…
TEGENSPEL – Floortje Zwigtman (Fontein)

Vorig jaar werd Adrian Mayfield, Floortje Zwigtmans hoofdpersoon, de wereld in gekatapulteerd in het
fenomenale boek SCHIJNBEWEGINGEN. Nu is er het tweede deel van wat uiteindelijk een trilogie moet worden:
TEGENSPEL. En dit boek is al even fenomenaal. Floortje Zwigtman heeft een zeldzaam talent: haar Adrian leeft,
ademt, denkt, bestaat. Zelfs als je klaar bent met het lezen van zijn boek, is hij er nog. Dat zorgt ervoor dat je
niet wilt dat hem ook maar enig kwaad overkomt, al gebeurt dat in dit boek natuurlijk wél. Maar hij beleeft ook
zeer gelukkige uren, en die uren zijn misschien wel het mooiste van het boek. Wat kunnen we trots zijn dat
Floortje Zwigtman ‘van ons’ is – van de Nederlandse jeugdliteratuur. En dat Adrian Mayfield nog terug zal
komen in tenminste één boek. Én dat we binnenkort een nieuw deel van de Kidsbibliotheek kunnen kopen, door
Floortje geschreven, én verbonden met Adrians trilogie. Reikhalzen dus!

MINI GAAT NAAR DE FILM – Kitty Crowther (Querido)

Onlangs liet Kitty Crowther op het Boekidsfestival in Den Haag zien hoe ze haar hoofdpersoontje tekent: Mini.
Even aandoenlijk als getoond werd op het toneel staat Mini ook in dit boek over een filmbezoek. Knap aan het
verhaal is dat Mini zo’n echte peuter is, beginnende kleuter, die het zeer vanzelfsprekend vindt dat als zijzelf
met haar vader naar de film gaat, dat dan ook alle knuffels mee gaan. De tekeningen tonen slechts het
belangrijkste van een scene (en veel wit), maar door de scherpe keuze van details roepen ze toch ook een hele
wereld op. Het insektje Mini (volgens Kitty is het geen duidelijke vlieg, mot of mug) is daarmee een geweldig,
levensecht kind-diertje dat én de eigen wereld van kinderen toont én hun fantasie tikjes geeft. Geweldig. In
Frankrijk zijn er al zes delen, ik hoop dat Querido ze allemaal zal kunnen uitgeven.

Dit boek werd vertaald door Jacques Dohmen.

ROBIN IS VERLIEFD – Sjoerd Kuyper (Nieuw Amsterdam)

Een heerlijk, een heerlijk boek. Als je dit boek leest, dan schijnt de zon in je kamer. Als je het voorgelezen krijgt,
dan schijnt de zon nog wat harder zelfs.
Het kan ook bijna niet misgaan met een boek dat als derde zin al heeft: ‘De vogels zingen alsof ze gekieteld
worden’. Sjoerd Kuyper bewijst weer eens een keer dat hij een van onze beste stilisten is, maar ook dat hij het
leven en denken van Robin met het grootste gemak voor ons open kan leggen. Genieten dus. Ook van de
tekeningen: de wendbaarheid, de frisheid maar ook de tedere kanten van dit verhaal weet Philip Hopman perfect
over te brengen en aan te vullen.
ALLADIN – Kees Spiering (De Eenhoorn)

Een nieuwe opvoering van het oude Alladin-verhaal als opera door het gezelschap Nino Rota deed Uitgeverij De
Eenhoorn beslissen om dichter Kees Spiering om een bewerking te vragen. Dat pakte zéér goed uit. In een mooi
staand prentenboek voor wat oudere kinderen lezen we het Alladin-verhaal als een spannend en subtiel verhaal
over armoede, geluk en rijkdom.
Kees Spiering toont sterk aan dat een dichter ook een verteller kan zijn. Aan het begin van elke episode zet hij in
spaarzame zinnen de toneeltjes voor ons uit: dáár zijn we, híér gaat het om, en dan ontvouwt hij een beeldende
nieuwe episode. Klasse!
SOFIE EN DE WITTE KAMEEL – Stephen Davies (Querido)

Een prachtige vondst van Querido, dit boekje. Het meisje Sofie is in de Sahara komen wonen. Op een dag maakt
ze een onverwachte reis op een witte kameel, samen met haar nieuw verworven vriend Gidado. Er moet onder
andere een nare kamelendief verslagen worden.
Dit boek is spannend (heel spannend zelfs), maar ook briljant verteld: heel laconiek namelijk, met sprankelende
dialoogjes. Het is makkelijk te lezen, maar het geeft ook een intrigerende Afrikaanse wereld weer.
Dit is het debuutboek van de jonge missionaris Davies (hij woont zelf in Burkina Faso), maar een vervolg
(SOPHIE AND THE LOCUST CURSE) is zojuist in Engeland verschenen. Ik hoop dat het net zo goed is, en dat
Davies een vast Querido-auteur wordt!

Dit boek werd vertaald door Esther Ottens.
OVERSTEKEN – Marjolijn Hof (Querido)

Marjolijn Hof kreeg onlangs de Gouden Uil, en dat is een prachtige prijs. Ze schreef dan ook een heel mooi boek,
EEN KLEINE KANS. Niet helemaal haar debuut, want dat was een prentenboek, maar toch haar eerste echte
tekstboek. Nu is er dan een tweede. OVERSTEKEN. Het speelt op IJsland. Ik ben altijd zeer vóór kinderboeken
die zich niet op de meest geëigende plaatsen afspelen en toch toegankelijk blijven. Dat doet deze mooie korte
roman. Meta en haar moeder gaan met Bjarni, de nieuwe vriend van moeder, mee naar zijn geboorteland. Daar
valt heel wat steen te bekijken, maar helaas komt in de prille relatie ook nogal wat kale grond tevoorschijn.
Marjolijn Hof laat zien hoe zoiets kan lopen, en hoe Meta de woeste psychologische wateren en de scheuren in de
relatiebodems leert oversteken. (Oei, iets te hooggestemde zin, maar toch wel waar…)
MARKUS EN DIANA – Klaus Hagerup (Van Goor)

Klaus Hagerup is een grote naam in de literatuur van Noorwegen. Nu is dan een van zijn meest populaire boeken
vertaald, en we mogen Uitgeverij Van Goor dankbaar zijn dat ze dat hebben gedaan. Dit boek herinnert aan de
traditionele Zweedse en Deense kinderboeken (bv. die van Bjarne Reuter en Ulf Stark) waarin enigszins zonderlinge
jongetjes zich vrolijk door allerlei dagelijkse tegenslagen heenslaan. Gelukkig zijn er liefhebbende vaders en trouwe
vrienden, zoals in dit boek de geweldige Sigmund, maar Markus loopt pas echt tegen een grote crisis op als hij de
beroemde filmster Diana ontmoet. De filmster die hij in brieven voorgelogen heeft… Het boek begint kolderiek,
maar eindigt warmgloeiend en heel ontroerend. Hopelijk worden de vervolgdelen ook vertaald!

Dit boek werd vertaald door Annemarie Smit.
JUBELIENTJE WORDT WILD - Hans Hagen & Philip Hopman (Querido)

Er zijn al heel wat boeken over Jubelientje - maar het zijn er nog niet genoeg. Dat bewijzen de schrijver en de tekenaar
maar weer eens met deze sprankelende nieuwe Jubelientje. Wat een vrolijkheid, en wat een heerlijke samenspraken
tussen oma en Jubelientje. Het leukste aan dit boek is de afwisseling - dan weer een paar verhalen achter elkaar, dan
weer een briefje van Jubelientje of Dirk-Jan met raadsels, dan weer een strip. De vondst van de leeuwluie Jubelientje
is prachtig (zo kun je ook wild worden, door net als een leeuw languit op de bank te liggen) en de tekeningen van
Philip Hopman zijn verrukkelijk.
FLOORS BRIEVEN - Judith Eiselin (Leopold)

In de 4ever-serie van uitgeverij Leopold (een los vervolg op de Vlinders-serie) verscheen een nieuw boek van
Judith Eiselin. Floor is weer de hoofdpersoon, maar dit keer is de structuur van het boek heel anders: we lezen de
mails en de brieven die Floor aan Simon stuurt (en aan anderen), en ook Simons antwoorden. Simon is verliefd op
Floor, Floor is dat niet echt op hem… Judith Eiselin schrijft alsof ze de mails uit de computer van een échte Floor en
een échte Simon heeft geplukt en daardoor is dit een zeer geslaagd 4ever-deel. De fans boffen maar.

BLIKSCHADE - Lieneke Dijkzeul (Kidsbibliotheek)

Ik was een paar maanden geleden zeer aangenaam verrast door het boek AAN DE BAL van Lieneke Dijkzeul, en dus las
ik met haast en voorrang dit nieuwe deel in de onvolprezen Kidsbibliotheekserie. En hoewel heel anders dan AAN DE
BAL, is ook dit verhaal geslaagd. Raaf, die op Texel woont, wordt blind, en dat harde, harde feit laat hij tot zich
doordringen. Hij moet wel. Maar ook zijn ouders moeten dat aanvaarden, én Raaf moet een nieuwe manier vinden om
met zijn ouders om te gaan. BLIKSCHADE (goede titel) is mooi beheerst geschreven. Deze passage vond ik
bijvoorbeeld heel sterk: 'Een kleuter holde langs, struikelde, viel en begon te huilen. De meester raapte hem op, stofte
hem af en gaf hem een duwtje. "Ga maar even naar juf Ilona."' Kijk, dat is schrijven. Extra compliment voor het
prachtige omslag van Martijn van der Linden.

19 KEER KATHERINE – John Green (Lemniscaat)

John Greens jeugdboek HET GROTE MISSCHIEN was twee jaar geleden een fenomenaal begin van hopelijk een
lange carrière. Het boek is grappig, beweeglijk, verrassend en ontroerend. Het kreeg meteen ook de hoogste
jeugdboekenprijs van de Verenigde Staten. Maar John Greens tweede boek kreeg die prijs vorig jaar bijna wéér.
19 KEER KATHERINE is een boek over ‘nerds’. En dat is origineel. Er komt dus heel wat wiskunde in dit boek voor,
en hoofdpersoon Colin probeert wanhopig te verklaren hoe het met zijn verleden met al die Katherine’s zit, en
hoe er patroon in zijn liefdesleven te ontdekken valt. Hoe meer je doorleest over Colin, over zijn beste vriend
Hassan en over hun belevenissen in het dorpje Gutshot, hoe meer je om die twee gaat geven. Een volwassen
jeugdboek van Green, grappig én ontroerend.

Dit boek werd vertaald door Aleid van Eekelen-Benders.

DE REIS VAN LENA LIJSTJE – Francine Oomen (Van Holkema & Warendorf)

Niet makkelijk, lijkt me, om verschillende verhalen over één meisje te schrijven (of jongetje), en het toch vrolijk en
spannend te houden. Dat is Francine Oomen met dit derde deel van Lena Lijstje wel gelukt. Dat ligt volgens mij
voornamelijk aan Lena Lijstje zélf: een ontroerend figuurtje dat steeds maar probeert greep op haar wereldje te
krijgen. Een wereldje dat af en toe flink op wordt geschud, maar waarin ook enkele heel warme medestanders
rondlopen, zoals zwerver Theo en mevrouw Betsie.
Binnenkort verschijnt deel vier – DE DROOM VAN LENA LIJSTJE. Ik ben benieuwd, want het is fijn dat er voor een
zeer grote groep lezers dit soort warmhartige boeken bestaat.

SLAVENHALER – Rob Ruggenberg (Querido)

Het gebeurt niet vaak dat er écht goede historische jeugdboeken verschijnen. Daarom moet Uitgeverij Querido wel
heel verheugd zijn geweest toen het eerste manuscript van Rob Ruggenberg op de redactietafel lag. Dat resulteerde in
het boek HET VERRAAD VAN WATERDUNEN, en nu is er een tweede boek: SLAVENHALER. En wát voor een boek!
Ruggenberg maakte er een echt spannend verhaal van: voortdurend zijn er levensbedreigende situaties. Geen
nep-spanning dus. Maar daarbij geeft dit boek een stevig beeld van de gang van zaken van de vreselijke Nederlandse
slavenhandel in de tijd van de West-Indische Compagnie. (Ook al gaat het in het verhaal om een Nederlands schip dat
níet onder de vlag van de WIC opereert). Tyn en zijn halfzusje Obaa zijn levensechte personages, en Ruggenberg weet
waar hij het over heeft. Een klasse-boek van een auteur waar we vast nog veel meer van kunnen verwachten. En na
het lezen van het boek is er een heerlijke website: www.slavenhaler.nl.
IGOR, BEER IN NOOD – Rindert Kromhout (Leopold)

Dit is een bijzonder sympathiek boek. En een goed boek. Het beschrijft het lot van een jonge beer, Igor, wiens
moeder wordt geschoten. Igor wordt gevangen om als ‘dansende beer’ op te gaan treden. Als hij aan zijn poot
gewond raakt wordt Igor geketend aan een boom achtergelaten.
Het boek is consequent – en dat is het bijzondere – geschreven vanuit de beer. Dat wil zeggen dat hij geen
mensenbegrippen kent. Dat zorgt voor een bijzondere inleving. Mensen worden ‘dunne dieren’ en een gaashek
wordt ‘een enorm groot spinnenweb, maar harder’. Het boek is ontroerend, en je leeft in hoge mate met Igor mee.
Voeg daarbij het goede doel (het werk dat stichting Alertis doet, en de berenopvang in het berenbos in Ouwehands
Dierenpark), en je hebt een aantal geweldige redenen om dit boek te lezen.
VAN MIJ EN VAN JOU – Hans & Monique Hagen/Jan Jutte (Querido)

Poëzie voor zéér jonge kinderen, voor peuters zelfs. Die is zeldzaam, en Hans en Monique Hagen doen in deze
bundel wederom (na het fameuze ‘Jij bent de liefste’) zeer goed werk. Jan Jutte werd de ‘opvolger’ van Marit
Törnqvist, die bijna alle vorige bundels van de Hagens illustreerde. Geen gemakkelijke taak. Maar wat een
magnifiek boek heeft hij ervan gemaakt! De volle, kleurige paginagrote prenten zijn nergens té vol, ze maken blij,
ze stemmen tot nadenken, de verschillende technieken die Jutte gebruikt (bv rood kleurpotloodgekras in een
prachtige olifant) zorgen dat VAN MIJ EN VAN JOU een perfect kijkboek is. Klasse, klasse, klasse.
HARRY POTTER EN DE HALFBLOED PRINS – J.K. Rowling (De Harmonie)

Wat Rowling kan, kan niemand. Ik las dit zesde deel met in het achterhoofd de wetenschap dat zowel de vijfde film
als het zevende, laatste boek er aan zitten te komen. En misschien is deel zes wel het beste (tot nog toe) van de reeks.
Hoe is het mogelijk dat een schrijver zoveel verhaal- en structuurlijnen stevig in de hand kan houden? Rowling kan
het. Ingenieus – maar dat is het woord niet. Wonderbaarlijk, dàt is het. Voeg daarbij de grappen, de perfecte
plaatsing van de plotwendingen en de vele, vele bruisende details, en je hebt een magisch boek. En dan de laatste
zeventig bladzijden van dit deel… Ik kon niet stoppen met lezen, en overal om mij heen beefde het. En het bleef
beven. En nu ik eraan terugdenk beeft het nog steeds.

Dit boek werd vertaald door Wiebe Buddingh.
HITLERS KANARIE – Sandi Toksvig (Valerius Uitgevers)

De Engelse (van Deense afkomst) Sandi Toksvig schreef met HITLERS KANARIE een prachtig boek over de Duitse
bezetting van Denemarken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanuit de jonge Bamse, en zijn Joodse vriendje Anton,
maken we de gebeurtenissen mee. Wat ik knap vind aan dit boek, is de nuancering: in een oorlog zijn niet alle
officiële ‘vijanden’ vijanden, en ook is niet iedereen automatisch dapper en goed.
Toksvig maakte er een goed gedoseerd, realistisch, en soms ook zelfs grappig verhaal van.

Dit boek werd vertaald door Rita Gircour.
PATATJE OORLOG – Derk Visser (Nieuw Amsterdam)
ECHT LILI – Valérie Dayre (Gottmer)

Je zou kunnen zeggen: twee meisjesboeken. Maar wel allebei heel andere meisjesboeken dan die
seriedeeltjes over chatten of haarextensies of superdudes. In PATAJE OORLOG (Derk Vissers tweede
boek na PATCHOULI) praten Joy en Kelly, beide veertien, met elkaar over strings en jongens – maar ook
over God en leven en de dood. Bijzonder aan deze novelle is de durf van de schrijver. Hij gaat geen enkel
onderwerp uit de weg, en dus is het nogal een rauw boek.
ECHT LILI van de Franse Valérie Dayre kreeg vele prijzen. Onder andere de Deutsche
Jugendliteraturpreis. Het verrassende aan dit boek is de structuur. Het gaat over de twaalfjarige Lili, die
van schrijven houdt. Maar wat is echt en wat is verzonnen? Een kantelend boek, waarbij alles anders kan
zijn dan je als lezer denkt.

ECHT LILI is vertaald door Lidewij van den Berg.

DE WONDERLIJKE LOTGEVALLEN VAN OLLE EN LENA – Maria Parr (Lannoo)

Van dit boek springt de warmte af. Niet alleen de gesuikerde warmte van vers gebakken Scandinavische wafels
(die spelen een belangrijke rol, het boek heet dan ook oorspronkelijk WAFELHART), maar ook de warmte van
vriendschaps- en familiebanden.
Dit boek neerzetten als ‘de nieuwe Astrid Lindgren’ is niet helemaal eerlijk voor Maria Parr, maar feit is wel dat je
bij het lezen van dit boek net zo meeleeft als bij de vroegere Zweedse gezin-zomer-natuur-verhalen. Het boek ís
eigenlijk al een fijne, lieve, grappige jaren-zeventig-film en kreeg dan ook zeer terecht de grootste Noorse
kinderboekprijs.

Dit boek werd vertaald door Bernadette Custers.
NAAR WOLF – Mireille Geus (Kidsbibliotheek)

Ik heb het hier al eerder geschreven: de Kidsbibliotheek is een heel bijzondere reeks. Ook het nieuwste boek, dat van
Mireille Geus, is weer raak. Overigens vind ik NAAR WOLF ook nog eens het mooiste boek dat Mireille Geus tot nu
toe heeft geschreven. Het gaat over Zoltan, die een heel bijzondere vriendschap heeft met Wolf. Ze zitten jarenlang
bij elkaar in de klas, en hun moeders zijn niets anders gewend dan dat de twee jongens na schooltijd samen zijn.
Totdat er allerlei dingen gebeuren, en Zoltan een reis moet ondernemen om te onderzoeken wat er van de
vriendschap over is. Heel precies genoteerd door Mireille Geus, en Zoltan is een prachtige hoofdpersoon.
VERKOCHT – Hans Hagen (Querido)

Hans Hagen schreef een boek over kleine Yaqub en zijn lotgenoten: jonge kinderen die geronseld worden om
kamelendrijver te worden. Het is een belangrijk en spannend boek geworden, over iets waar volgens mij nog nooit
een Nederlands kinderboek is geschreven. Hagen schrijft simpel en kaal, waardoor het verhaal extra helder tot ons
komt. Naast prima werk van Hagen is dit ook weer een perfect Philip Hopman-boek. Vrijwel elke tekening is er een
om in te lijsten. Mede door de tekeningen is VERKOCHT een hommage aan de dappere gevangen genomen en
verhandelde kleine Yaqubjes en Zareena’s.

WEERWOLVENFEEST en HET NACHTMERRIENEEFJE – Paul van Loon (Leopold)

Al vele jaren hebben de boeken van Paul van Loon over Dolfje Weerwolfje een groot en trouw publiek. En dat is
begrijpelijk: Dolfje is een jongetje dat een paar dagen in de maand in een weerwolfje verandert. Gelukkig deelt hij dit
lot met zijn vriendinnetje Noura. En in het lieve universum dat Van Loon opbouwde zijn ook Opa Weerwolf, Timmie
en vooral Neef Leo fijne bijpersonages. Van alle Dolfjeboeken bevallen me de ‘dunne Dolfjes’ het best, de op
AVI-niveau geschreven korterer verhalen. HET NACHTMERRIENEEFJE is een geestig verhaal waarin een etter van
een neefje van zijn slechte karaktertrekken af wordt geholpen. En WEERWOLVENFEEST won dit jaar de prijs van de
Kinderjury. Over een gemaskerd bal waar Dolfje en Noura eindelijk als weerwolven kunnen verschijnen. Dat Paul van
Loon voorlopig nog maar even niet uitgeschreven raakt!

PLAN DRIE en MEES KEES OP DE KAST – Mirjam Oldenhave (Zwijsen en Ploegsma)

Mirjam Oldenhave is op dit moment de beste AVI-boeken schrijfster. Dat laat ze
ook weer met PLAN DRIE zien. Een helder verhaal over een werkelijk naar
probleem: wat moet je doen als een pestkopje in je klas je moeder fotografeert,
zoenend met een man die niet je vader is – en je vervolgens met dat fotootje
chanteert? Dit boek is helder en spannend, en nooit irreëel of onzinnig.
Het tweede deel van MEES KEES is heerlijk om te lezen. Al op de eerste bladzijde
laat Oldenhave zien hoe goed ze weet hoe kinderen denken. Het vertellende
jongetje is een heerlijke held van nu, en Mees Kees is vertederend in al zijn
onmogelijk nonconformisme. En de tekeningen van Rick de Haas zijn geweldig.
Leve Mirjam en Rick – en laat maar komen die serie toekomstige Mees Keesboeken!
HET RAADSEL VAN GROEP 6 – Judith Eiselin (Querido)

Dit wordt vast een mooi Judith Eiselin-kinderboekenjaar. Er komt een Kidsbibliotheekdeel van haar hand, en KNIJN,
haar mega-prachtige boek met Martijn van der Linden maakt deel uit van de Leesleeuwreeks van Uitgeverij Zwijsen.
Maar eerst is er nog HET RAADSEL VAN GROEP 6, het boek dat uiteindelijk van de serie die ze voor de kinderpagina
van de NRC maakte stamt. In het boek koos Judith voor vier hoofdpersonen, en dat was een heel goed idee. Het boek
is een warmhartig verslag van de dagelijkse belevenissen van deze kinderen, en vooral zo goed aan deze verhalen is
hun geloofwaardigheid. Eiselin weet waar ze het over heeft. En het grappige is dat je na het lezen van dit boek eigenlijk
ook benieuwd bent naar de wederwaardigheden van die ándere zesde groepers.
Tenslotte: de foto’s van Monique Baumann zijn onmisbaar, leuk en speels!
DIT IS ALLES, Het hoofdkussenboek van Cordelia Kenn – Aidan Chambers (Querido)

Na vijf delen in The Dance Sequence, met daarin het fenomenale DE TOLBRUG en het belangrijke en
indrukwekkende JE MOET DANSEN OP MIJN GRAF, komt Chambers nu met een slotstuk van 800 bladzijden. Wat
een boek! Het leven van Cordelia Kenn komt tot ons – door haarzelf verteld. Maar óók haar denkleven, en haar
leesleven. Je komt van alles te weten over haar affectieve avonturen, over haar seksleven, over haar worsteling
met familie, met geloven, met schuld, met identiteit. Ja, dit boek gaat werkelijk over álles. En Chambers is een
schrijver aan wie je verslaafd raakt en van wie je dus álles wilt lezen.

Dit boek is fantastisch vertaald door Annelies Jorna.
WIE IS LIBBY SKIBNER? – Daan Remmerts de Vries (Querido)

Uit dit boek spreekt een meisje. Een zeer geloofwaardig meisjes. En dat is knap, want de auteur is helemaal geen
meisje. Net als in DE DIEPTE VAN EEN ZWEEDS MEER twijfel je geen seconde aan het hoofdpersonage.
Daarbij is de directe manier van schrijven heel overtuigend. Het is net alsof je tegenover Libby/Liesbeth zit. Het
mooie van dit meisje vond ik ook dat ze een klein beetje Olivier (uit Remmerts’ boeken over Olivier) in zich heeft,
maar toch ook voldoende eigenheid. Daardoor voel je dat al Daan Remmerts de Vries’ boeken familie van elkaar zijn,
maar dat deze roman toch weer zeer eigen is en op zichzelf staat. Knap.

DUBBEL VERLIEFD – Anke Kranendonk (Zwijsen)

Een AVI-boek, een leesboek dus dat volgens allerlei regels geschreven is. Maar het knappe van Kranendonk is dat je
dat hier nauwelijks merkt. Dit boek over een grote, grote verliefdheid (die gelukkig wederzijds is) tussen twee
12-jarigen, overtuigt door de aanstekelijke manier van het vertellen van de twee ik-personen.
De tekeningen zijn van Joyce van Oorschot. Het zijn eigenlijk bewerkte foto’s, en er is nogal eens kritiek op deze
manier van illustreren, maar ik moet eigenlijk bekennen dat ik er wel een zwak voor heb. En ik weet zeker dat ik ze als
kind graag zou hebben gezien.
HAAT KWADRAAT – Floortje Zwigtman (Averbode)

In de reeks jeugdnovelles voor jongeren vanaf 15 jaar uit het technisch en beroepsonderwijs, Fahrenheit 451,
verscheen ondermeer dit heerlijk swingende boekje van Floortje Zwigtman. Zwigtman laat hier zien wat ze –
behalve de superboeken in de trilogie DE GROENE BLOEM – allemaal nog méér kan. Een hedendaags verhaal, zeer
geloofwaardig, over een tweeling die van elkaar wil scheiden. Ze hebben alleen maar ruzie… De hele novelle is licht
en vrolijk, en vooral heel écht. Compliment!
SINTERKLAAS - Charlotte Dematons (Lemniscaat)

Over dit geweldige boek kan ik kort zijn: het lijkt me het ultieme Sinterklaas-prentenboek. Er staat geen tekst in,
maar des te meer verhaal: op elke pagina zijn wel honderd details te volgen, als het er niet meer zijn, en daarmee
honderd verhaallijntjes - als het er niet meer zijn. Een klassieker, nu al, en een groot HOERA voor Charlotte
Dematons - uitgevoerd in chocoladeletters!
ENGEL - Ingrid & Dieter Schubert (Lemniscaat)

Al jaren is het echtpaar Ingrid en Dieter Schubert hofleverancier van de Nederlandse prentenboekencollectie.
Maar met ENGEL hebben ze wat mij betreft hun mooiste exemplaar toegevoegd. Het gaat over een engeltje dat
haar boodschap kwijt is, en door het jongetje Sjors gevonden wordt. Je 'boodschap' kwijt zijn, dat klinkt als flink
abstract en flauwekullerig, maar dat is het bij de Schuberts niet. In een prentenboek met een ongewoon
plotverloop blijft alles toch prima te begrijpen voor kinderen. En dan die schitterende platen, met een hoofdrol
voor de tekening waarop Sjors en het engeltje hand in hand liggen te dromen. Ja - een hemels boek.
JANI KEKKE EN DE BLAUWE DAGDROMER - Lisa Boersen (Nieuw Amsterdam)

Dát is pas debuteren! Lisa Boersen stapt vrolijk fluitend de kinderboekenwereld binnen. Wat een leuk boek is dit -
een boek zoals je er niet zoveel ziet: het is fantasievol en humoristisch, en toch ook, gek genoeg, geloofwaardig, ook
al gaat het over een kekke, een fantasiewezentje dat de koningin teveel slaapzand in de ogen heeft gestrooid. Als ik
nog meester op een school zou zijn, dan las ik dit boek meteen voor. En het volgende jaar wéér.
Trouwens: ook de tekeningen van Linda Groeneveld vind ik heel geslaagd, en heel erg passend.
TOBIE LOLNESS - Timothée de Fombelle (Querido)

Achter een prachtig omslag schuilt niet altijd een prachtig boek. Hier is dat gelukkig wel zo. De grote internationale
hit TOBIE LOLNESS verdíent het ook om een hit te zijn. Het verhaal over een mini-volk dat op De Boom woont is
heel spannend en goed geschreven. De tijdsprongen zijn groot, maar overal passen ze. Het verhaal is bovendien
veel origineler dan veel andere fantasyboeken, en het heeft dus duidelijk trekken van een klassieker. Het is lekker
breeduit geschreven en gelukkig komen er nog meer delen. Erg fijn dat Nederlandse lezers nu de kleine Tobie, zijn
ouders en zijn vriendinnetje ook in hun hart kunnen sluiten. Let bovendien op de prachtige tekeningen die
helemaal bij dit soort verhalen horen.

Dit boek is vertaald door Eef Gratama.
WATSON - Martha Heesen (Querido)

Dit boek is een feest. Het gaat over het vrolijke tobbertje Carl, die ook nog eens uitvinder is. Hij bedenkt de mooiste
apparaten die wervelend getekend zijn door Wim Hofman (wat heerlijk om zijn werk weer te zien!). Maar het
vriendinnetje van Carl bezorgt hem nogal wat hoofdbrekens. Haar liefde gaat vooral uit naar de muis Watson.
Dit boek is een feest omdat Martha Heesen je met het grootste gemak in het jongetje Carl doet belanden. Het boek is
vrolijk en echt, en alles klopt: het verloop van het verhaal, de stijl en de taal, en de uitvoering van het boek
(compliment aan Querido!). Na WOLF van vorig jaar wéér een van de beste Heesenboeken.
MEJUFFROUW MUIS EN HAAR HEERLIJKE HUIS
MEJUFFROUW MUIS AAN DE COSTA DEL SOL -
Elle van Lieshout & Erik van Os & Marije Tolman (Lemniscaat)

Heerlijk - dat is het juiste woord bij deze kleine boekjes. Klein ja, van formaat, maar wat is er hard aan gewerkt
door Marije Tolman! Vol overgave en humor tekent ze volle bladzijden waarin de wereld van Mejuffrouw Muis
warm en vrolijk op ons af komt. Er zijn allerlei details te zien en alles wordt ondersteund door een fijn laconieke,
grappige en los rijmende tekst van Elle van Lieshout en Erik van Os. Ja, héérlijk. Dat er nog maar veel delen
mogen komen.
OORLOGSGEHEIMEN - Jacques Vriens (Van Holkema & Warendorf)

Jacques Vriens is natuurlijk de schrijver van veelgelezen series, maar laten we vooral niet vergeten dat diezelfde
Jacques Vriens ook de schrijver is van mooie historische kinderromans zoals TIEN TORENS DIEP en nu dus dit
boek: OORLOGSGEHEIMEN. Misschien vormen deze boeken wel het hart van Vriens' schrijverschap. Ook in
OORLOGSGEHEIMEN voel je de compassie van Vriens, het inlevingsvermogen en het vermogen om een
geschiedenisverhaal voorin ons geheugen te plaatsen.
HARRY POTTER EN DE RELIEKEN VAN DE DOOD - J.K. Rowling (De Harmonie)

De grootste gebeurtenis op het gebied van kinder- en jeugdboeken was zonder twijfel het verschijnen van het laatste
deel over Harry Potter. En wat bleek: J.K. Rowling is de ware groothertogin. Want wát een boek is dit! Het doet je
sidderen en schokken. Het zet je aan tot nadenken, en tegelijkertijd kun je niet stoppen met verder lezen. Rowling
heeft het bijna ondenkbare gepresteerd: niet alleen maar haar reeks naar tevredenheid afronden, maar dat ook nog
eens doen met een boek dat uitsteekt boven al het andere dat in jaren op dit gebied is verschenen. Rowling heeft de
kinderliteratuur voor altijd veranderd, en Harry Potter is in veel van onze hoofden een archetypische held
geworden, iemand die ons voordoet hoe liefde moed geeft en hoe angst het doen van het goede niet in de weg hoeft
te staan.

Dit boek werd vertaald door Wiebe Buddingh.
PIZZA MAFFIA - Khalid Boudou (Moon)

Khalid Boudou schreef al eerder HET SCHNITZELPARADIJS, een boek dat in eerste instantie op volwassenen gericht
was, en dit nieuwe boek is juist vooral voor jongeren gemaakt. En dat is winst voor de jeugdliteratuur! PIZZA MAFFIA
is een swingend, vrolijk, maar ook heel spannend boek. Maar de grootste kwaliteit van Boudou is toch dat zijn
personages zéér overtuigend zijn, dat hun taalgebruik klopt en dat er ook nog eens geen gaten vallen in de
plot-opbouw. Knap!
KINDEREN VAN AMSTERDAM - Jan Paul Schutten en Paul Teng (Nieuw Amsterdam)

Een non-fictieboek zoals je zou willen dat alle non-fictieboeken zijn. Gedocumenteerd, verzorgd, informatief
natuurlijk, ja, dat allemaal, maar ook: heel erg leesbaar en vol met dingen die je écht wilt weten. Misschien wel het
meesterstuk van Jan Paul Schutten, hoewel er ongetwijfeld de komende jaren nog meer moois van hem zal
verschijnen. Heel indrukwekkend is ook het beeldmateriaal: strips en stripachtige tekeningen van Paul Teng. Die kun
je opnieuw en opnieuw bekijken, en met al hun vaart en detaillering voegen ze niet alleen informatie, maar ook
spanning toe aan de tekst. Al met al (ook door de uitvoering van Nieuw Amsterdam) een voorbeeldige uitgave.
KALLE, DE KLEINE STIERENVECHTER - Astrid Lindgren en Marit Törnqvist (Hoogland & Van Klaveren)

Dat Marit Törnqvist een van onze allergrootste illustratoren is weet iedereen natuurlijk door boeken als DE RODE
VOGEL en PIKKUHENKI, maar met dit heruitgegeven vroege prentenboek was het toch ook al héél duidelijk. Het
verhaal van Lindgren is lief en fijn Zweeds, maar de brede prenten van Marit maken dat je op zoek wilt naar die
wereld, dat je een prettige heimwee naar het platteland-Zweden van een aantal jaren terug krijgt - ook al ben je er
nog nooit geweest.

KNIJN - Judith Eiselin & Martijn van der Linden (Zwijsen)

Dit prentenboekachtige AVI-verhaal verscheen vrijwel geruisloos in de Leesleeuw-reeks van Zwijsen. Dat is zonde,
want het is een juweeltje. Het verhaal van Judith Eiselin is fijn in z'n eenvoud. Simpel & mooi van taal: dát is wat
AVI-boeken nodig hebben. De tekeningen van Martijn van der Linden zijn geweldig. In een voor hem enigszins
nieuwe techniek is hij zowel teder als grappig, zowel fantasievol als precies. Natuurlijk is hij al een grote naam op
illustratiegebied, maar wedden dat die naam nog veel groter wordt?
Dit boek werd vertaald door Rita Verschuur.
HANNU, HANNU - Geir Gulliksen (Lannoo)

Soms ontstaan er ergens op de wereld verhalen die zo precies in elkaar zitten dat je je niet kunt voorstellen dat
iemand ze bedacht en opgeschreven heeft. Ze lezen alsof ze zo, in al hun gaafheid, ergens gevonden zijn. Dat is het
geval met dit kleinood uit Noorwegen. De kwestie 'jeugdliteratuur of niet?' lijkt me hier voor één keer onnodig en
beledigend, want dit boek, over een kleine jongen die probeert zijn wanhopige grote broer te blijven volgen,
verdient geen afleidende discussies. Het verdient slechts stille lezers en koestering.

Dit boek werd vertaald door Bernadette Custers.
ÉÉN MINUUT EERLIJKHEID - Bjorn Sortland (Lemniscaat)

Lemniscaat is een dappere uitgeverij. Dit dikke, ongewone boek heeft de uitgeverij willen aankopen, en ook nog eens
uitgeven zoals het hoort: met alle kleurenreproducties die bij het verhaal horen. In het boek maken een jongen en
een meisje een reis door Europa. De roman gaat over liefde, over vriendschap, over zintuigen, maar óók over geloof
en kunst: de hoofdpersonen reizen een door de jongen verzamelde rij voorstellingen van Christus-aan-het-kruis na.
Zeer origineel, spannend en mooi, kortom: een uitzonderlijk rijk boek. De auteur is in eigen land zeer geliefd, heeft
een omvangrijk oeuvre op zijn naam en mag best met nog wat meer boeken vertaald worden.

Dit boek werd vertaald door Femke Blekkingh-Muller.
DROOMKONIJN – Daan Remmerts de Vries (Querido)

Hoera voor het leukste prentenboek van 2008 tot nu toe! Uil heeft een konijn voor ogen. Om op te eten? Nee, om te
hebben. Jeetje. Daan Remmerts de Vries gebruikt elementen die we van hem kennen (dieren met brede vleugels,
dieren met zachte vachten, grappen, warmte) en combineert dit alles tot een prachtig verhaal dat je doet glimlachen
én dat ontroert.
SPEUREN NAAR SPOREN – Jan Paul Schutten (Kluitman)

In de ondertitel ‘Van bloedspetter tot vingerafdruk’ wordt het al duidelijk: dit boek is zowel precies alsook bloederig.
Jan Paul Schutten heeft hier (wéér) een van zijn betere non-fictie-boeken afgeleverd. Hij begrijpt hoe je aan de hand
meegenomen wilt worden, een onderwerp in (regelmatig maakt hij een ingewikkeld gegeven makkelijker door in de
tekst de vragen in te lassen die je als lezer ook hebt), en zodoende vond ik hier de beste uitleg over DNA die ik ooit
gelezen heb. De lijk- en bloedverhalen zijn goed voor het griezelgehalte, maar vooral telt: je hebt op een zeer
aangename manier véél geleerd, als je dit boek uit hebt!
HIJ EN IK – Judith Eiselin (Kidsbibliotheek)

Het knappe van dit alweer geslaagde Kidsbibliotheekboek is dat de rustige vertelling heel precies is, en in een heel
goed tempo verteld. Je wordt dus heel beheerst, maar onherroepelijk het verhaal van Rosalie binnengetrokken.
Dit boek van Judith Eiselin is tevens het laatste in de Kidsbibliotheekreeks en dat is flink zonde. Maar: dank aan de
initiatiefnemers en de mensen achter de serie!
PRINSENLEVEN – Corien Botman (Querido)

Corien Botman begint een belangrijke stem in de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur te worden. Bovendien ook
een zeer diverse. Ze kiest originele onderwerpen. Ook nu weer. Charlie wint een miljoenenprijs. En: wat gebeurt er
daarna? Daar hebben we allemaal weleens over gedagdroomd. Corien Botman maakt dat heel genuanceerd duidelijk
in een uitzonderlijk verhaal.
WAT IK WAS – Meg Rosoff (Moon)

De grootste kwaliteit van Meg Rosoffs jeugdromans is dat ze zo oorspronkelijk zijn. In WAT IK WAS ontmoet
hoofdpersoon Hillary de geheimzinnige Finn voor wie hij een veelomvattende maar raadselachtige liefde opvat.
Zo’n liefde kan alleen maar verstoord raken. Mindere schrijvers zouden Finn dood laten gaan, of verraad met
iemand anders laten plegen, maar Rosoff biedt een heel eigenzinnige, complexere afwikkeling. Daardoor blijven
haar boeken veel langer in je geheugen dan die van anderen. Ook bijzonder aan dit verhaal is dat zeer
overtuigend verklaard wordt waarom de stijl van het boek enigszins ouwelijk is. Aha, denk je, op het einde,
aháááá… Het is te hopen dat Rosoff nog vele (jeugd)romans zal willen schrijven.
MORGEN WAS HET FEEST – Toon Tellegen & Ingrid Godon (Querido)

Nieuwe verhalen van Toon Tellegen en nieuwe verhalen van de eekhoorn, de mier, de olifant en de egel (en vele
anderen). Maar meer nog dan de dieren zijn eigenlijk de woorden de hoofdpersonages in het werk van Tellegen.
Hij draait sierlijk en toch indringend om begrippen als ‘voorgoed’, ‘alles’, ‘vakantie’ etcetera. Het mooie van deze
bundeling is dat de indeling in seizoenen een extra samenhang biedt.
Maar het allermooist aan dit boek is toch de uitgave zélf. Het formaatt, de belettering en het feit dat alles in kleur
mocht. Bovendien dagen de verhalen van Tellegen diverse tekenaars uit om het beste van hun kunnen te tonen.
Zoals in vorige bundels Kitty Crowther, Verena Ballhaus, Jan Jutte, Annemarie van Haeringen en de
onvergetelijke Mance Post dit deden, doet nu Ingrid Godon het. Met groot plezier en met rijke helderheid geeft zij
een schitterende beeldenwereld mee aan Tellegens woordenwereld.
IT’S A WONDERFUL LIFE – Jesse Goossens (Lemniscaat)

Lemniscaat haalt niet alleen bijzondere jeugdboeken uit het buitenland, er zijn ook Nederlandse auteurs: Jesse
Goosens bijvoorbeeld. Anna gaat níet naar Spanje op vakantie met haar vrienden, maar wel, helemaal alleen, naar
Amerika. En dan niet naar de stad, naar New York, dat ze kent van de vele, vele films die ze gezien heeft, maar naar
een klein dorpje. Maar juist daar leert ze nieuwe mensen kennen, en juist daar vindt ze, al dan niet geholpen door
haar oneindige kennis van (meestal) toepasselijke filmquotes, haar heel eigen weg. De grote verdienste van dit
boek is dat het origineel is: het vereist nogal wat durf van de auteur om je boek geloofwaardig in een ander
werelddeel te laten spelen!
DE ENGEL MET TWEE NEUZEN, PAPIEREN MUSEUM 3 – Ted van Lieshout (Leopold)

Ted van Lieshout heeft zijn drie mooie, spannende papieren musea stevig naast elkaar gebouwd. De nieuwste
verzameling vinden we in DE ENGEL MET TWEE NEUZEN, waarin illustraties voor kinderboeken naast ‘officiële’
kunstwerken worden gezet. Het is weer heerlijk dwalen door de door Ted weelderig (kleurig, rijk en associatief)
uitgezette kunstroutes.
Fijn.