Edward van de Vendel
Edward van de vendel
Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
HET DUBBELLEVEN VAN CASSIEL ROADNIGHT – Jenny Valentine (Moon)

Chap weet niet precies wie hij is – en dan is er een aanbod om de plaats in te nemen van de al twee jaar verdwenen
Cassiel Roadnight. Jenny Valentine schreef er haar vierde young-adult-novel over, en alweer is het een hogelijk
origineel boek geworden. Maar er is ook een nieuw element: de thrillerachtige plot! En door alles heen is er genoeg
aanleiding om de lezer over existentiële zaken na te laten denken, zoals wat identiteit en wat familie voor je betekent.
Jenny Valentine was het al, maar is het nu nog meer: een zeer belangrijk auteur.

Dit boek werd vertaald door Jenny de Jonge.
LIEFDESVERDRIET – Karel Eykman (Rainbow Jeugd)

In de zeer te prijzen reeks Rainbow Jeugdpockets kwam een herdruk van Karel Eykmans Gouden Griffelboek uit
1983 uit, LIEFDESVERDRIET. Over het verwerken van het uitgaan van je eerste liefde - Monika en Peter, en dan
Monika zonder Peter. Het boek staat vol met ‘oude’ verwijzingen: André Hazes, Abba, The Police, Fay Lovsky,
Lenny Kuhr – en walkmans en cassettebandjes. Maar het maakt niet uit. Eykman heeft zeldzaam scherp vanuit een
meisje geschreven, ontroerend, helder, prachtig van taal, veellagig en toch simpel. Een geweldige prestatie, en een
voorbeeld van hoe een ogenschijnlijk tijdgebonden boek toch tijdloos kan zijn.
WEERWOLFBENDE – Paul van Loon (Leopold)

Nog steeds is Dolfje Weerwolfje de held van grote menigtes kinderen. En dat is prachtig. Want Paul van Loon weet al
vele ‘weerwolf’-delen lang de fantasie, de spanning en de humor die de reeks kenmerkt op peil te houden. Het in
2011 voor de Kinderjury genomineerde WEERWOLFBENDE vond ik zelfs een van de beste boeken in de serie.
Lekker dik, en lekker vol – en Van Loon pakt uit met álle figuren uit zijn DW-universum: er is plek voor Wolfjes
ouders, voor zijn broer en vriend Timmie, voor zijn vriendin Noura, voor Leo en opa, voor mevrouw Krijtjes en
zelfs voor vampier Valentijn!

MIJN OPA EN IK EN HET VARKEN OMA – Marjolijn Hof (Querido)

Wat een leuk boek! Na EEN KLEINE KANS (Gouden Griffel en Gouden Uil!), OVERSTEKEN, MOEDER NUMMER NUL
en ALS NIEMAND KIJKT (Slash) verrast Marjolijn Hof met een vrolijk, speels, grappig, absurd nieuw deel van haar
oeuvre. De verhalen over een meisje en haar opa, die een varken heeft dat ze Oma hebben genoemd, zijn altijd in
een heerlijke stijl geschreven, en vaak ronduit hilarisch. Om voor te lezen, om zelf te lezen, en vooral: om te
herlezen. En dat er maar een tweede deel mag volgen.
JOJO HET SLANGENMEISJE – Annemarie van Haeringen (Leopold)

Het is zéér goed nieuws dat er een nieuw prentenboek van Annemarie van Haeringen is – want het is zo’n móói boek!
JoJo wordt tussen de activiteiten van een druk circus door geboren, ze slaapt in een dressoirlade en blijkt al gauw
over een welkom talent te beschikken: ze is ongelooflijk lenig. Dat wordt een nieuwe circusact! De
beweging-tekeningen van Van Haeringen zijn adembenemend: hoe JoJo zich op allerlei manieren om de spijlen van
stoel krult bijvoorbeeld, en hoe ze tenslotte danst met een slang (en met de slangenbezweerder!). En dat dan
allemaal in die typische Van Haeringenkleuren… Ja, het verschijnen van dit boek is zéér goed nieuws.
COOLMICKEY – Roel de Jong (Ploegsma)
COOLMAN EN IK – Bertram & Schulmeyer (Lemniscaat)

Soms verschijnen er boeken met charme. Dit zijn er twee. Ze zijn makkelijk te lezen en
vallen net even meer op dan andere, vergelijkbare boeken.
De charme van COOLMICKEY ligt voor mij vooral in het onderwerp. Er zijn veel te weinig
Nederlandse boeken over gamers, geschreven door iemand die werkelijk weet hoe je een
geloofwaardige game/gamer neer moet zetten in een boek. Dat is Roel de Jong goed gelukt.

COOLMAN EN IK is een hilarisch verhaal over Kai die samen met zijn alleen voor hemzelf
zichtbare ‘begeleider’ Coolman in de ene na de andere ramp terechtkomt. Hier bestaat de
charme vooral uit de vorm van het boek: een dagboek met stripjes. Die stripjes zijn vaak
grappig-raak.

COOLMAN EN IK werd vertaald door Merel de Vink.
DE MELKWEG – Bart Moeyaert (Querido)

Het begint misschien niet eens met een scene, het begint waarschijnlijk alleen met een beeld. Bart Moeyaert zelf
heeft dit ook al in interviews aangegeven. Maar dan? Ik vermoed dat Moeyaert een diepere concentratie in zichzelf
weet op te roepen dan menig ander. Want uit zo’n eerste beeld groeit bij hem niet alleen een scene, of een reeks van
scenes, maar ook een reeks van levens, een tafereel in minstens 7D. En daar is doorzicht voor nodig, inzicht in de
benodigde óf de beteugelde vrijheid van de pen van de schrijver. Schildersconcentratie, ja, die moet hij bezitten,
want Moeyaert is de fijnschilder onder de jeugdboekenschrijvers - en dat bewijst hij weer eens met dit
portret-in-drieën van Bossie, Oskar en Geesje.

VROLIJK – Mies van Hout (Lemniscaat)

Mies van Hout gaf een workshop aan kinderen, waarin getekend werd met oliepastelkrijt op zwart papier. Het
resulteerde in eigen experimenten met hetzelfde materiaal en dezelfde techniek, en dat leidde weer tot dit prachtige
kijkboek. Op elke spread zien we een bontgekleurde vis, maar elke vis gaat vergezeld van één woord dat een stemming
of een gemoedstoestand uitdrukt, van ‘benieuwd’ naar ‘jaloers’ tot ‘gelukkig’. Die opzet maakt dat dit boek niet alleen
mooi is, maar ook verrijkend en origineel.
WAAROM LIG JIJ IN MIJN BEDJE? – Joke van Leeuwen (Querido)

Al vanaf DE APPELMOESSTRAAT IS ANDERS, dus al vanaf het einde van de jaren zeventig!, is Joke van Leeuwen
een van de allergrootste, allerbelangrijkste kinderboekmakers van Nederland en Vlaanderen. Maar dat een auteur
drieëndertig jaar na haar debuut nog zo fris kan uitpakken als Van Leeuwen doet met het peuterboek WAAROM LIG
JIJ IN MIJN BEDJE? is niet eens zeldzaam, dat is bijna nog nooit vertoond. Het leporelloboek is vol en warm van
kleur, het bevat lekker vette schilderijtjes, en de tekst is spits, toegankelijk en direct. Hoeveel kinderen gaan hier
van genieten? Gaan hier mee opgroeien, worden hier vanaf nu keer op keer uit voorgelezen? Veel. Zeer veel.
HOE WORD IK EEN SUPERHELD? – Gideon Samson (Leopold)

Het thema van de kinderboekenweek van 2011 is ‘superheldendom’. En dus zijn er heel dit voorjaar heel wat
boeken over helden, over superhelden, over het superheldendom voorbereid. Maar leuker dan Gideon Samsons
boek zullen ze waarschijnlijk niet zijn. Hij schreef een doe-gids. Een gebruiksaanwijzing met voorbeelden, tips en
heldere stappen. Het is een heerlijk boek geworden. Ten eerste is het héél grappig. Ten tweede is het héél duidelijk.
En ten derde is het héél praktisch – juist omdat Samson zich richt op het superheldendom dat strijdt tegen K.I.D.S.
(het Kwaad In De Straat). Het boek neemt zowel een vrolijk loopje met het kinderboekenweekthema als dat het dat
thema concretiseert. En wat dat laatste woord betekent, legt Samson óók al uit. Voeg daarbij nog een uitstekende
vormgeving en de meer dan heerlijke tekeningen van Elly Hees en je hebt met recht een superboek.

O RODE PAPAVER, BOEM PATS KNAL! – Sjoerd Kuyper (Lemniscaat)

Sjoerd Kuyper lezen is als binnenkomen in een huis met frisse bloemen op tafel, ruime natuur achter de ramen en
de geur van koffie en chocolademelk in je neus. Het is een heerlijk feit: de boeken over Robin werden met een
nieuw deel uitgebreid. In dit nieuwe boek mogen we dus weer verwijlen in de warmte die Kuyper tentoonspreidt,
en dat resulteert bijvoorbeeld (behalve in het genieten van Kuypers perfecte stijl en in vrolijkheid en ontroering
bij de lezer) ook in een van de mooiste passages uit zijn héle werk: die waarin Robin gaat hooien. We wéten het niet,
want we kunnen het niet weten, maar mocht er nog een Robin-deel in Kuypers pen zitten, dan zijn we al bij
voorbaat blij. Net zo blij als met dit boek.
SPRAKELOOS – David Small (Lebowski)

In de Verenigde Staten kwam dit boek voor jongeren uit, en de tekenaar/auteur is dan ook vooral bekend van zijn
kinderboekillustraties. In Nederland verscheen het bij een uitgever ‘voor volwassenen’. Maar het maakt eigenlijk
niet uit: deze graphic novel is voor iedereen. De maker kijkt erin terug op zijn zeer turbulente jeugd. Het is dus een
donker verhaal geworden, met maar weinig vrolijke passages. De enscenering, het ritme, de gekozen episodes, de
droomsequenties en natuurlijk de tekeningen zelf maken het tot een heel sterk boek.

SPRAKELOOS werd vertaald door Onno Voorhoeve.
PRIKKELDRAAD – Derk Visser (Gottmer)

Na bijvoorbeeld PATATJE OORLOG en LANDJEPIK was het al wel duidelijk: met Derk Visser hebben we er een
unieke stem bij. Als geen ander schrijft hij vanuit hedendaagse jongeren. Dat zijn niet altijd degenen die van het
leven de meeste kansen krijgen. Ook in zijn nieuwe (dikkere!) vertelling PRIKKELDRAAD niet. En dat is een van de
grote verdiensten van dit boek: we krijgen een inkijk in een wereld die we te weinig kennen. Maar even grote
verdiensten zijn de heldere dialogen, de beheerste opbouw van het boek en vooral de warmte die Visser aan het
eind van zijn verhaal door de bladzijden weet te mengen. Dit boek zal komend jaar meedoen voor de grote
jeugdboekenprijzen en dat is dan niet meer dan terecht.
HOTEL TUSSENTIJD – Lisa Boersen (Gottmer)

Vier personen (twee kinderen, twee volwassenen) komen in Hotel Tussentijd terecht: een hotel waar mensen die wel
door de grond zouden willen zakken van schaamte even bij kunnen komen. Een vrolijk uitgangspunt, en dat niet
alleen: Lisa Boersen debuteerde een paar jaar geleden met het wervelende JANI KEKKE EN DE BLAUWE
DAGDROMER en levert nu een heel goede tweede af. Ze is een echte vertelster, die ons een dol verhaal brengt, maar
dat verhaal heeft toch ook een mooie ondergrond. De structuur is knap en er zit veel vaart in het boek. Een leuke
nieuwe kinderboekenauteur, die Boersen. Hopelijk komt er snel een derde boek.

WARHORSE – Michael Morpurgo (Fantoom)

Morpurgo schreef al vele, vele kinder- en jeugdboeken. Hij wordt gezien als een van de grote Britse vertellers. Zijn
boeken werden altijd wel vertaald, maar gek genoeg wordt hij pas de laatste jaren in Nederland en Vlaanderen wat
meer gewaardeerd. Toch heeft hij ook nu nog niet de status die hij in Engeland bezit. WARHORSE is overigens wel
weer zo’n echte Morpurgo-vertelling. Het gaat om de grote geschiedenis (de Eerste Wereldoorlog) en om de heftige
gebeurtenissen rondom een dier (een paard dat zwerft tussen de linies en tussen de vijanden). Je leest het in één
ruk uit.

WARHORSE werd vertaald door Henriëtte Gorthuis.
WINTERDIEREN - Bibi Dumon Tak en Martijn van der Linden (Querido)

Wat is het toch heerlijk als je een boek vindt dat je overrompelt. Precies dat gebeurt als je de stukken leest die Bibi
Dumon Tak schreef over dieren die leven op de koudste plekken op aarde en als je de magistrale tekeningen van
Martijn van der Linden erbij ziet. Met als steunkleur een koel-warm blauw vindt hij de perfecte manier om zowel de
verbazingwekkende coolheid van deze dieren als hun knuffelbare eenzaamheid te tonen. En dan die
non-fictie-verhalen van Bibi! Ze zijn geschreven in een taal die je in zou willen lijsten, ze brengen je op de hoogte
van dierenlevens die je nooit meer wilt vergeten, ze trekken je in het boek en laten je niet meer los. De vormgeving
van Steef Liefting is ook al zo precies en spannend. Dit is dus een van de allermooiste boeken van het jaar.
Voor iedereen, voor elk moment. Verslavend goed.
STUART LITTLE - E.B. White (Van Goor)
CHARLOTTE'S WEB - E.B. White (Lemniscaat)
DE TROMPET VAN DE ZWAAN - E.B. White (Strengholt)

Ik wilde klassiekers lezen. Welke boeken hebben de jaren overleefd? Ik vond de enige drie kinderboeken die E.B.
White ooit schreef. De eerste twee werden onomstreden klassiekers, en nog steeds - ook al verscheen de eerste in de
jaren veertig van de vorige eeuw - zijn ze fris en leesbaar. Het heeft met de onderwerpkeuze te maken (dieren) en
met de vrije zin voor avontuur (er zijn regelmatig levensbedreigende voorvallen) en misschien ook met de
eigenzinnigheid.
Zo is STUART LITTLE helemaal niet opgebouwd via de ons bekende verhaalstructuren, het is eigenlijk maar een
rommelige verzameling van verhalen over de muis Stuart. Maar het wérkt!
Het laatste boek, DE TROMPET VAN DE ZWAAN, is wat onbekender en dat is ook wel begrijpelijk, het is vergeleken
met de andere té ongeloofwaardig, en ook wat ouwelijk. Terwijl het Whites jongste boek is - dat zegt veel over die
andere twee.
Overigens zijn de tekeningen in die eerste twee boeken van de al net zo legendarische Garth Williams.

Stuart Little werd vertaald door Hans Heesen.
Charlotte's web werd vertaald door Tjalling Bos.
De trompet van de zwaan werd vertaald door Hans Andreus.

HET GEHEIM VAN HELD NUMMER ZES - Anna Woltz (Leopold)

Wat is het geheim van Anna Woltz? Een flauwe, maar belangrijke vraag. Het zit hem in de volkomen natuurlijkheid
van haar dialogen en haar karakters. Het zit hem in een plot die te geloven valt. En ook al is het een boek dat
gemaakt is vanwege een door anderen bedacht thema (hier: dat van de kinderboekenweek 2011, 'Superhelden'), dan
nog lukt het haar om een echt Woltziaans boek te schrijven. Een van de leukste lekker-lees-boeken van dit najaar.
FLITS, DE NIEUWSJAGERS - Mirjam Oldenhave en Rick de Haas (Ploegsma)

Een nieuwe serie van Mirjam Oldenhave? Een nieuwe serie van Mirjam Oldenhave! Dat is blijstemmend nieuws,
want met haar Mees Kees-reeks is ze op dit moment een van de belangrijkste kinderboekenschrijvers, die - en dat is
zeldzaam - zowel kinderen als volwassenen weet te boeien. Ze kreeg voor haar laatste Mees-Kees-deel dan ook een
Vlag en Wimpel én een nominatie voor de Kinderjuryprijs. Hoofdpersoon in FLITS is Daan, die familie lijkt van
Tobias uit Mees Kees. Samen met Lotte ('Zij is eigenlijk een vrouw van vijftig, alleen moet ze dat nog even worden')
maakt hij de saaie schoolkrant, maar dan komt de swingende Toni helpen. Het mooist in dit boek is de bewondering
van Daan voor Toni, en de ruimhartigheid van diezelfde Toni, wat, gecombineerd, een bijzondere vriendschap
oplevert. Ook fijn: de weer iets verdergaande samenwerking tussen Oldenhave en tekenaar Rick de Haas. Net als
alle lezende kinderen van Nederland en Vlaanderen heb ik nu al zin in deel twee.
WOLF EN HOND - Sylvia Vanden Heede en Marije Tolman (Lannoo)
VOS EN HAAS, EEN ECHT ZWIJN IS STOER - Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing
(Lannoo)

Boeken voor beginnende lezers kunnen niet mooier, beter, echter en grappiger zijn dan
die van Sylvia Vanden Heede. In haar beroemde reeks over VOS EN HAAS verscheen een
nieuw deel, met een nieuwe figuur: Ever. Door zijn stoerheid kan Vanden Heede heel wat
nieuwe verhaallijnen kwijt. Fantastisch zijn wéér de tekeningen van Thé Tjong-Khing.
Om ademloos naar te kijken, om bij te grinniken, om in te lijsten en om naar terug te
bladeren. Ook heerlijk zijn de illustraties in een nieuwe reeks van Vanden Heede, die over
WOLF EN HOND.
Dat serietje, in de prachtige kleine-boekjes-voor-beginnende-lezers-reeks van Lannoo,
verdient het om een even groot succes te worden als VOS EN HAAS. Vanden Heede en
haar tekenaars kunnen er niet genoeg voor geprezen worden.
BERT EN BART REDDEN DE WERELD - Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer (Cpnb)
DE PRINS OP HET WITTE PAARD - Dolf Verroen en Thé Tjong-Khing (Cpnb)
VIJF DRAKEN VERSLAGEN, POËZIESPEKTAKEL 4 - Verzameld door Ted van Lieshout,
diverse dichters (Querido)

Het is weer kinderboekennajaar en dus verheugen we ons op de uitgaven van de Cpnb,
vooral als grote namen als Tjibbe Veldkamp en Dolf Verroen als schrijvers zijn
aangezocht. Ze stellen niet teleur.
Verroen is al jaren een groot auteur, en een bewijs dat leeftijd niets met bedaagdheid of
achterhaaldheid te maken heeft.
Veldkamp schreef een geschenk waar vrijwel alle kinderen pretogen bij zullen krijgen, een
fikse prestatie. In beide gevallen is het de samenwerking met de tekenaars die maximale
glans geeft aan deze uitgaven. Thé Tjong-Khing is echt de grootste grootmeester die we
hebben, en het spattende plezier waarmee Kees de Boer reageerde op Veldkamps tekst is
goed te zien.
Ook (gelukkig) vaste aangelegenheid in de herfst is het Poëziespektakel van Querido. Met
deze uitgave, nu al voor het vierde jaar, is de kinderpoëzie gered. Dit jaar met nog meer
nieuwe namen (zoals de sterk opvallende Mirjam van Houten, Rik Timmer en Bart
Temme), en ook met grootse gedichten van bekende namen als o.a. Ester Naomi Perquin,
Jaap Robben, Eva Gerlach, Bas Rompa en Kees Spiering.
SHOWBIZZKISS - Do Van Ranst en Maarten Van Hove (Querido)

Het tiende Slashboek is verschenen. En we zijn heel trots dat Do Van Ranst mee wilde doen. Hij vond het verhaal van
Maarten en samen werkten ze aan SHOWBIZZKISS. Het is een zeer geslaagde Slash-aflevering, en - wat ook fijn is - een
van de vrolijkste, een van de luchtigste. Maarten heeft al op jonge leeftijd een hoofdrol in een musical en wordt dus
'musical-Maarten'. Maar drie jaar later weet hij niet zo zeker of die beroemdheid hem wel zoveel heeft opgeleverd.
Het leverde hem in elk geval conflicten met zijn opa en met zijn oudere broer Pieter op. En de verwijdering van zijn
grote liefde Charlotte.
Maarten Van Hove vertelde alles tot in de levendigste details en Do schreef het swingend op. Want dat is dit boek:
soepel en helder. Je kunt, zodra je begint, niet meer stoppen met lezen - en dat is een geweldige verdienste van de
makers. Dank aan hen!!!
30.000 WOORDEN VAN CHARLIE - Kaat Vrancken (Querido)

Gelukkig, er is weer een boek van Kaat Vrancken. Deze stille maar sterke kracht uit Vlaanderen levert steevast boeken
af die ergens over gaan én toch lekker lezen. Ook haar nieuwste, 30.000 WOORDEN VAN CHARLIE, een jeugdroman,
is er zoeen. Charlie doet mee, enigszins tegen haar zin, aan een schrijfexperiment van haar lerares. En ze besluit te
schrijven over haar eigen leven. Haar grote nieuwe liefde voor Orhan komt dus aan de orde en de ziekte van haar
moeder: een depressie. Het wordt een vrolijk, maar ook stevig relaas, in een originele vorm. Een felicitatie waard -
aan de schrijfster, maar ook aan de lezers!
DE GROENE POMPOEN - Herman Coenen en Marieke Coenen (De Eenhoorn)
EEN DAG MET ROBBY - Kolet Janssen en Klaas Verplancke (De Eenhoorn)

Twee leuke nieuwe prentenboeken!
EEN DAG MET ROBBY laat een sterke en toegankelijke Klaas Verplancke zien. In dit boek,
dat over een jongetje gaat die ouders heeft die zich geen rijke cadeaus kunnen
veroorloven - hetgeen Robby niet belet vrolijk door het leven te gaan - zien we heldere
lijnen, warme kleuren en een fijne focus op de kinderen die dit boek onder ogen zullen
krijgen. Mooi!

DE GROENE POMPOEN is een verrassende combinatie van kijk- en zoekboek (door de vele
wriemelende tekeningen van Marieke Coenen, waarnaar je steeds wilt blijven kijken en
waarin steeds meer details te ontdekken zijn) en een helder verhaal over hoe je als
buitenstaander (een groene pompoen tegenover al die blakende oranje exemplaren) je
geluk kunt vinden. Fijn verteld, graag bekeken.
DE GRIJZE JAGER, BOEK 1, DE RUÏNES VAN GORLAN - John Flanagan (Gottmer)

Miljoenen kinderen can't be wrong - de tiendelige serie over De Grijze Jager is een immens succes. Eindelijk (en veel
te laat) las ik het eerste deel. En genoot! Het boek speelt zich af in Middeleeuws aandoende tijden, en beantwoordt
aan alle eisen van de echte helden-, strijd- en jongensboeken. Er is een duidelijk kwaad, er is een innemende jonge
(eerst nog wat onzekere) held - Will - en er is avontuur. Maar er zijn ook warme en originele scènes, zoals die waarin
Will leert om te gaan met zijn veel te kleine maar fantastische paard Trek. Die moet namelijk eerst een gefluisterd
verzoek ('Mag ik?') in zijn oren krijgen voor hij bereden kan worden. Dit eerste boek is een mooie sokkel onder de
rest van de serie, waar ik dus benieuwd naar geworden ben!

De Grijze Jager werd vertaald door Laurent Corneille.
DOOSJE OPEN * DICHT - Komako Sakai (De Eenhoorn)

Met ademloze bewondering kijk je naar de tekeningen in dit kleine en tere boekje. We kennen de maakster niet, maar
getuige de zeer Japans aandoende verstilling waarmee dit 'Doosje open * dicht' is gemaakt, vermoeden we dat ze
eenzelfde soort persoon is als het meisje Doosje zelf. Achter in het boek staan een paar regels die precies aangeven
wat we in dit boek meemaken: 'Ze noemden het kleine meisje Doosje. Soms kon je even zien wat er in haar zat. Dan
ging ze weer dicht.' Misschien heeft de bewerkster (Siska Goeminne) dit aangebracht, maar dat is dan een goede
greep: de rest van het boek is niet meer dan wat flarden, vleugjes van het leven van een peutermeisje dat sterk op
zichzelf is. Maar hoe prachtig en smaakvol gedaan! Beeld, bewerking, tekst en vormgeving (van Dries Desseyn) - het
is allemaal even prachtig.
TSJIK - Wolfgang Herrndorf (Cossee)

Zuivere young adult! Dit boek is een grote hit in Duitsland en dat is ook goed te begrijpen. Maik heeft ouders die zich,
laten we zeggen, niet zoveel aan hem gelegen laten liggen en klasgenoten die dat ook al niet doen. Totdat de
excentrieke Tsjik opduikt. Samen gaan ze een gedesoriënteerd avontuur tegemoet, een roadtrip die niet gepland is
en ondersteboven eindigt. Dat zijn de uitgangspunten. Maar Herrndorf imponeert vooral door zijn stijl, door de
natuurlijke en losse manier van praten van Maik (die de verteller is) en vooral ook doordat hij je - als in een flinke
onderstroom - door alle nonchalance heen toch doet voelen hoe eenzaamheid van een jongen van vijftien plaats kan
maken voor determinatie, voor standvastigheid en voor vriendschap. Erg fijn.

Tsjik werd vertaald door Pauline de Bok.
IN DEZE BOOM - Katarina Kieri en Per Nilsson (Van Goor)

Twee auteurs bundelen hun krachten. Dat hoeft niet altijd goed af te lopen, al deden John Green en David Levithan
het perfect in hun WILL GRAYSON, WILL GRAYSON. Maar Kieri en Nilsson doen het óók perfect. In korte
hoofdstukken schrijven zij nu eens over de stille jongen Jakob en dan weer over het stille meisje Siri. Beide leren
langzaam dat er méér mogelijk is dan een muur van onmogelijkheid, dat er kieren kunnen springen in de
eenzaamheid. De metaforen vliegen lichtjes van het ene naar het andere personage en het is vooral ook zo mooi dat
de twee levens elkaar niet echt raken, maar toch door dunne draadjes verbonden zijn. Geen overdaad aan
compositie dus, maar wel een prachtig glinsterend licht spel van toeval en bestemming.

IN DEZE BOOM werd vertaald door Bernadette Custers.
TIEN BOLLE BIGGETJES KEKEN NAAR DE MAAN - Carll Cneut/Lindsay Lee Johnson (De Eenhoorn)

Dit boek is een visuele heerlijkheid. Het markeert vijftien jaar tekenaarschap van Carll Cneut, en dus zijn er kleine
referenties in de platen naar vrijwel al zijn vorige boeken. Maar de spreads, die op fijn-stevig karton zijn gedrukt,
geven sowieso adembenemende nachtscenes weer, waarin tóch kleur spat (door de kleding en de beweeglijkheid
van de biggetjes). Door de heel eenvoudige tekst van Lindsay Lee Johnson, sterk bewerkt door Joke van Leeuwen,
heeft Carll alle ruimte gekregen om te stralen. En dat doet hij. Volop.

TIEN BOLLE BIGGETJES KEKEN NAAR DE MAAN werd bewerkt door Joke van Leeuwen.
JAPIE EN DE DINGEN - JAPE EN HET GROTE GELD - JAPIE REKENT AF - Paul Biegel/Carl
Hollander (Big Balloon)

Wanneer het kan moet je het doen: werk van Paul Biegel herlezen. Deze drie korte
verhalen, die apart werden uitgegeven, maar toch samenhangen, bundelen alles wat
Biegel zo groot maakte: een wendbare plot voor de spanning, de sprankelende taal voor
de heerlijkheid en de grappen voor het leesplezier. Je moet regelmatig hardop lachen, en
dan komen daar ook nog eens de prachtige tekeningen van Carl Hollander bij (in kleur!).
Hopelijk komt er nog eens een heruitgave.
KAMPIOEN - Corien Oranje (Columbus)

Wat een boek! Eigenlijk was KAMPIOEN hét ideale boek voor de afgelopen kinderboekenweek over Superhelden.
Want als er één ware superheld is waar gloedvol en warm over geschreven is, dan is het wel de echt bestaande
elfjarige Olivier van de Voort (die in het boek overigens Victor heet) die een verschrikkelijk ongeluk kreeg toen hij in
een halstertouw verstrikt raakte. Hij werd kilometers meegesleept en raakte zijn onderbeen kwijt. Maar hij kwam
terug en werd zelfs zwemkampioen op zeer jonge leeftijd. Corien Oranje schreef een boek over hem en het is
ongelooflijk knap hoe ze alle gevoelens, gebeurtenissen en zintuiglijke indrukken tot heel dicht bij de lezer weet te
brengen. Een van de beste boeken van de kinderboekenweek, jazeker, maar ook een van de beste boeken van het jaar.

SPOTGAAI - Suzanne Collins (Van Goor)

Dit is het derde boek uit de Hongerspelen-trilogie, na DE HONGERSPELEN en VLAMMEN. Katniss Everdeen heeft die
ongelooflijk sadistische Hongerspelen twee keer overleefd, en is het boegbeeld van de revolutie geworden.
Maar daarmee loopt ze niet alleen zelf gevaar - ook haar vrienden en familie doen dat. Dit einddeel is hard en
meedogenloos, maar ook invoelend en tot nadenken stemmend. Je leest het - ondanks zijn ruim vierhonderd
bladzijden - het liefst in één lange leessessie uit.

SPOTGAAI werd vertaald door Maria Postema.
FEEST - Lydia Rood (Leopold)

Nog steeds, ja nog stééds, wordt te weinig gezien hoe goed en veelzijdig Lydia Rood is. Niet alleen schrijft ze
veelgelezen serieboeken (DRAKENEILAND), niet alleen schrijft ze prachtige literaire jeugdromans (SPRONG IN DE
LEEGTE), niet alleen schrijft ze fantastische boeken die ons een blik op de wereld geven (DE OGEN VAN DE CONDOR of
ANANSI'S WEB), niet alleen schrijft ze sterke avi-boeken en novellen, maar ook iets als FEEST: een swingend, scherp,
flitsend, heftig jongerenboek over een groep schoolgenoten die allemaal op hun eigen manier bij de dramatische
gebeurtenissen op een uit de hand lopend feest betrokken raken.
3 ZUSSEN, 1 AUTO - Maureen Johnson (De Fontein, Poemapocket)

Wat een leuke schrijfster is Maureen Johnson. Of nee, wat een stérke schrijfster is Maureen Johnson. Ze is in het
laatje 'chicklit' terechtgekomen, en dat is eigenlijk niet helemaal terecht. Want haar boeken gaan dan wel over
meisjes, maar ze zijn tegelijk gelaagd, spannend, rijk en subtiel. In dit verhaal bijvoorbeeld gaat het over Palmer,
May en Brooks, de in leeftijd oplopende zussen die allemaal hun plek in het leven wat zijn kwijtgeraakt nadat hun
vader is overleden. We volgen hen alle drie, en zien hoe ze zich toch weer weten te hergroeperen. Rondom de Golden
Firebird, de auto van hun vader. De oorspronkelijke titel (die natuurlijk veel beter is dan de Nederlandse, net als
vrijwel alle andere omslagen die er elders bij dit boek zijn gemaakt) is dan ook THE KEY TO THE GOLDEN FIREBIRD.

3 ZUSSEN, 1 AUTO werd vertaald door Sandra van de Ven.
MEISJE VAN MARS - Anna Woltz / Vicky Janssen (Querido)

Het elfde Slash-boek is een smashboek. Want het verhaal over een jongen die een meisje is slaat in, grijpt je, laat je
niet meer los. Met grote directheid worden de details van de transitie van een genderdysfore Evert tot Evy
beschreven, maar sterker nog raakt Evy's worsteling je. Ze mist het grootste gedeelte van haar vrolijke puberteit
omdat ze ontheemd is en door maar zeer weinigen wordt gezien als degene die ze is.
Een boek zoals dit boek bestaat nog niet. Het is niet alleen het verhaal zelf dat je zo raakt, het is ook de toon, het
ongeluk en het geluk - allemaal zo sterk verteld door Vicky, zo sterk geschreven door Anna. Een pracht van een
roman die iedereen moet lezen.

MARE EN DE DINGEN - Tine Mortier en Kaatje Vermeire (De Eenhoorn)

Dit boek had een van de mooiste covers van het afgelopen jaar (2010). De vormgeving is schitterend (ook van het
binnenwerk) en Kaatje Vermeire, die al een groot talent was, laat in dit boek nog meer van haar spattende
beeldenwereld op ons los. Er is meer kleur, er zijn nog mooiere composities. Een ontwikkeling die overigens na dit
boek doorgegaan is in het evenzeer blinkende DE VRAAG VAN OLIFANT (2011).
Het verhaal van Tine Mortier is aangenaam anders van structuur. Oma is een van de grootste vrienden van de kleine
Mare, maar dan krijgt oma een attack. Ze raakt haar spraak grotendeels kwijt, maar Mare blijft haar begrijpen. Ook
als de familie door een nog groter verdriet wordt getroffen. Heel mooi boek.
VUURBOM, DE GESCHIEDENIS VAN EEN VRIENDSCHAP - Harm de Jonge (Van Goor)

Harm de Jonge is de chroniqueur van de vriendschap. Die tussen het ene en het andere jongetje van pakweg elf jaar.
Die waarbij de een timide en de ander ongrijpbaar is. Die waarbij bewondering soms omslaat in blinde navolging en
leiderschap soms omslaat in misbruik. In zijn nieuwe boek VUURBOM gaat dat laatste wel heel ver. Na bijvoorbeeld
JOSJA PRUIS, DE GEUR VAN ROESTIG IJZER, DE CIRCUSFIETSER en VLEUGELS VOOR JORRE is VUURBOM een
mooi volgend deel in de Harm De Jonge Bibliotheek.
ALS DE BOMEN STRAKS GAAN RIJDEN - Frank Adam & Milja Praagman (De Eenhoorn)

Zoveel dichtbundels komen er niet uit, en wanneer ze zo mooi vormgegeven en geïllustreerd zijn als ALS DE BOMEN
STRAKS GAAN RIJDEN is dat dus dubbel goed nieuws. Frank Adams verzen lazen we eerder in bundels die bij
Uitgeverij Querido verschenen, maar hier zien we naast oud werk ook nieuw. Het is een soort verzamelbundel, en
het is heel aangenaam dat Adams stem weer klinkt in de kinderliteratuur.
HET GEHEIM VAN OPA - Jacques Vriens (Stichting Akkers van Margraten)

De Stichting Akkers van Margraten vroeg een van onze meest geliefde kinderboekschrijvers om een verhaal voor
een kleine uitgave voor kinderen over de Amerikaanse begraafplaats in Margraten. Hier lagen en liggen vele
Amerikaanse (en eerder ook Duitse) soldaten uit de Tweede Wereldoorlog begraven.
Vriens schreef een helder, toegankelijk, maar ook genuanceerd verhaal. Het boekje is onderdeel van een educatief
project, maar kan ook goed op zichzelf staan en is geïllustreerd door Mark Janssen.
Het is verkrijgbaar via www.akkersvanmargraten.nl
1,2,3 VIER FEEST - Nynke Mare Talsma (Lannoo)
ZWAAN LAAT HET WAAIEN - Marjolijn Hof & Ceseli Josephus Jitta (Querido)
FRANSJE - Frans Lasès & Sylvia Weve (Hoogland & Van Klaveren)

Drie prentenboeken die van mij goed mogen opvallen bij de Penselen volgend jaar.

De tekst van 1,2,3, VIER FEEST is gewoon ons nationale verjaardagslied, maar de
tekeningen… in een gecombineerde techniek (o.a. stempelingen) viert Nynke Talsma nog
eens extra vrolijk door. Maar ook slim: het boek is namelijk een ongewoon telboek
geworden. Zo zijn de vogeltjes, van wie er steeds een bijkomt, werkelijk blijmakend fraai.
Het is goed te zien wat Talsma allemaal kan als ze volledige vrijheid heeft.

In ZWAAN LAAT HET WAAIEN is Moeder Zwaan in verwachting, maar Vader Leon is nog
onderweg naar huis. Met een boot, die goede wind nodig heeft. Die wind gaat Zwaan dus
maken. In excellente ensceneringen toont Ceseli Josephus Jitta zich dit keer zowel van
haar artistieke alsook van haar toegankelijke kant. De textuur van de achtergrond geeft
een mooi-vreemde setting, en de constructies van de grote machines zijn prachtig.

In FRANSJE staan verhalende gedichten over het spelen van de kleuter Fransje. Tegen
een heldere achtergrond heeft Sylvia Weve heerlijke scenes gecreëerd. Het is bont maar
niet té bont. Het is kleurig en rijk, het is vrolijk en fijn. Een boek, net als de andere twee,
om als kind (en als volwassene) een blij voorleesland mee binnen te stappen.
VERHALEN VOOR DE VOSSENBROERTJES - Lida Dijkstra en Thé Tjong-Khing (Pimento)

In een fantastisch vervolg op het middeleeuwse epos over de vos Reinaart danst Lida Dijkstra over de bladzijden in
een aanstekelijke mix van brutale verhalen, vrolijke taal en referenties aan begrippen uit oude en nieuwe Hollandse
cultuur. Maar dat is niet het enige dat zij doet. Onder alles ligt ook de angst van de twee kleine vosjes (de zoontjes
van Reinaart) dat zij de waarheid over hun vader moeten ontdekken, de vader die dan wel verdwenen is, maar die
zij toch aanbidden. Zeer lichtvoetig weet Dijkstra de lezer op dat vlak gerust te stellen. Ondeugend, grappig, mooi,
rijk: die adjectieven zijn stuk voor stuk van toepassing. Een van de grootste schatten van dit boek zijn de tekeningen
van Thé Tjong-Khing. Alleen al voor zijn werk in dit boek had hij de staatsprijs voor illustratie verdiend (die hij
gelukkig al in zijn bezit heeft). Eenzelfde mengeling van stijlbeheersing, luchtigheid, directheid, kleur en poëzie als
die van de tekst afstraalt gloeit ook op uit zijn embleemachtige tekeningen. Een boek met grootse brille.
MEES KEES GAAT VERHUIZEN - Mirjam Oldenhave en Rick de Haas (Ploegsma)

Een feest al voordat het boek gelezen is: Mees Kees is er weer. In dit zevende deel komt Sinterklaas op bezoek (of hij
nu wel of niet bestaat laat groep 6b slim in het midden), maar wordt Mees Kees ook door de hele klas geholpen met
verhuizen. Naar de overkant van de straat - zodat hij gelukkig wel hun meester blijft. Gelukkig vooral voor Tobias,
die het verhaal als vanouds vertelt. Want in dit deel krijgen we weer een heel klein beetje meer zicht op zijn
niet-zo-vrolijke thuissituatie. Een klein beetje, zodat er weer ruimte is voor een deel acht. Hopen dat we ook daarin,
net als in dit zevende deel, al in de eerste vijf bladzijden minstens tien keer hardop moeten lachen.
TRASH - Andy Mulligan (Gottmer)

Dit is een veel te onopvallend verschenen fantastisch boek. Het verhaal - een paar straatkinderen vinden tijdens hun
zoekwerk op een enorme vuilnisbelt een etuitje dat leidt naar heel, heel veel geld - is enorm spannend. De
achtergrond: in Manilla (en andere steden) heb je écht van dit soort kinderen, de auteur heeft er gewoond en
vrijwilligerswerk gedaan, maakt dat het een belangrijk boek is. De stijl - de drie jongens Rafael, Gardo en Rat
vertellen de hoofdstukken om de beurt, ze zeggen in de eerste regel steeds wie er aan het woord is - maakt het boek
urgent en nog directer dan het door de intrige al was. Daarnaast is het ook vaak nog eens grappig én ontroerend. Een
van de allerbeste boeken van het jaar.

TRASH werd vertaald door Esther Ottens.
GARMANNS ZOMER - Stian Hole (Hoogland & Van Klaveren)

In Noorwegen is het al een paar jaar hét prentenboek in focus, tijdens de kinderboekenbeurs van Bologna werd het
bekroond met de grote prijs, en daarna vertaald in vele landen: GARMANNS ZOMER (begin van een serie) heeft al
een flinke furore-ronde gemaakt. In afwachting van het derde boek over de zesjarige Garmann (GARMANNS
GEHEIM), dat ik het mooiste vind uit de reeks, waardeer ik het zeer dat Hoogland & Van Klaveren het nu aangedurfd
heeft om Stian Hole ook in Nederland en Vlaanderen te introduceren. In een krachtige collagetechniek, en met soms
enge, bevreemdende foto's van mensfiguren die gelukkig gecompenseerd worden door een warme, bloeiende
achtergrond, vertelt Hole over de zomer waarin Garmann moeilijke vragen stelt aan de volwassenen om hem heen,
maar ook nadenkt over vlinders in je buik, kunstgebitten en loszittende tanden.

GARMANNS ZOMER werd vertaald door Femke Blekkingh-Muller.
HET DODENPAD - Kevin Brooks (De Harmonie)

Soms blijf je te lang verstoken van een schrijver. Door je eigen schuld. Dat overkwam mij met Kevin Brooks. Ik weet
niet waarom ik aan deze door iedereen geprezen auteur zo lang niet was toegekomen. Inmiddels is dat enigszins
goedgemaakt: ik las HET DODENPAD. In dit boek gaan de broers Ruben en Cole op pad om te ontdekken wie hun zus
Rachel heeft vermoord. Het boek is een verslag (door de jongere broer Ruben) van deze zoektocht, maar vooral van
het zwarte leven in het afgelegen dorp waar ze terechtgekomen, van de zwarte levens van de jonge mensen daar.
Ook, trouwens, van het herontdekken van de echte band tussen twee broers. Grauw en wanhopig, rauw en scherp.
Ik ga snel meer van Brooks lezen.

HET DODENPAD werd vertaald door Wiebe Buddingh'
GROETEN UIT 2030 - Jan Paul Schutten (Davidsfonds)

Als Jan Paul Schutten een onderwerp onder handen neemt is dat goed nieuws voor het onderwerp en voor de lezers.
In dit nieuwste non-fictieboek van zijn hand lezen we over dat wat ons eventueel te wachten staat in de komende
twintig jaar. Eventueel, want, zoals de auteur helder betoogt in dit boek, de ontwikkelingen gaan altijd in het
kwadraat en dus sneller en onvoorspelbaarder dan je denkt. Toch krijgen we een spannend beeld, waarbij
zelfdenkende auto's, robots, medische ontwikkelingen, maar ook zorgwekkende tendensen als ontbossing en
milieuproblematiek een plek en uitleg krijgen.
MISSISSIPPI IS VAN MIJ - Cornelia Funke (Querido)

Cornelia Funke is van vele markten thuis. Het bekendst is ze misschien wel van haar fantasyboeken, maar ook de
kleine reeks over de Spokenjagers en de wat grotere reeks over een vriendinnengroep is graag gelezen.
Met die laatste serie vertoont MISSISSIPPI IS VAN MIJ wel wat gelijkenis. Het is een meisjesboek, zou je kunnen
zeggen, met daarin de grote, onvoorwaardelijke liefde van Emma voor haar paars Mississippi, maar het is óók een
grappig avonturenboek, voor welke lezer dan ook. Luchtig plezier, vrolijke onderhouding.

MISSISSIPPI IS VAN MIJ werd vertaald door Esther Ottens.
IN HET BEGIN WAS ER… BOB - Meg Rosoff (Moon)

Een van de vele kwaliteiten van Meg Rosoff is haar gevoel voor literair avontuur. Haar boeken tot nu toe vielen op
door de grote onderlinge verschillen. Van oorlogsroman tot historisch verhaal, Rosoff blonk in elk genre uit.
Maar IN HET BEGIN WAS ER… BOB is wel het allerveemdst. Alleen door het uitgangspunt al: God is een verveelde
achttienjarige, en we kijken mee met zijn dagelijkse praktijk. Maar verwacht ook dan geen rechttoe rechtaan-verhaal.
We leren namelijk niet alleen Bob kennen, maar ook zijn secondant meneer B, zijn geliefde Lucy, haar moeder, zijn
moeder, een peetvader, een huisdiersoort die Eck heet… IN HET BEGIN WAS ER… BOB is een spannend boek. En
vreemd. Goed vreemd.

Dit boek werd vertaald door Jenny de Jonge.
AL DAT HEERLIJKE VERDRIET - Peter van Gestel (Querido)

Bij Van Gestel staan de zinnen stevig in hun woorden: het zijn de juiste zinnen, daar twijfel je geen seconde aan, als
lezer. Zó moet dit verhaal verteld worden, zó moet deze dialoog klinken. Het geeft de lezer een gevoel van overgave:
hier is een schrijver aan het werk die weet wat hij doet. Daarnaast brengt Van Gestel ook in dit boek weer een prettig
absurdisme aan in de gesprekken. Bovendien is er weer zo'n echte Van Gestel-hoofdpersoon, een gevoelig jongetje
met scherp oog voor de mensen om zich heen, én we krijgen het ontroerende verhaal te lezen van een incompleet
gezin dat zich aan een verlamming ontworstelt.
KLINCUS BOOMSCHORS EN DE DRAKENTRANEN - Allessandro Gatti (Bakermat)

Ziehier het begin van een nieuwe reeks. Het boek lijkt op de boeken van en over Geronimo Stilton (kaart van het
verzonnen land voorin, de tekeningen van Matteo Piana doen aan veel van die van GS denken), maar niet helemaal:
geen woorden in kleur, geen flauwe woordspelingen, en een echter verhaal. Over een jongen die op een
zelfgebouwde sneeuwscooter aan een tiran ontsnapt en in een boomdorp terechtkomt, waar een klein boomvolk
blijkt te wonen. Dat herinnert dan weer aan de boeken over Tobie Lolness, maar dan wel in een light-versie. Oftewel:
een fijn nieuw serietje voor kinderen die van fantasie, avontuur en makkelijke boeken houden.

BOEM - Leo Timmers (Querido)

Na het fantastische MENEER RENÉ nu opnieuw een stralend prentenboek van Leo Timmers. Dit keer woordloos.
Een aanstekelijke kettingbotsing doet de lezer/aanschouwer van bladzijde tot bladzijde speuren, lachen,
bewonderen en terugkijken. Het boek berust op een simpel gegeven (Boem!) dat zo spitsvondig is uitgewerkt dat je
er meteen kinderen plus ouders bij ziet die alles aanwijzen, die de figuren namen geven, die verhalen verzinnen
rondom de vele auto's en dat wat hun bestuurders en passagiers overkomt. Een heerlijk, heerlijk peuterboek, hoog
in de top van dit afgelopen jaar.
DE BLAUWE VOGEL - Maurice Maeterlinck/Do Van Ranst en Carll Cneut (De Eenhoorn)

Het oude, magisch-symbolistische en enigszins moralistische honderdzes-jaar-oude verhaal van Maeterlinck is in
deze voorbeeldige nieuwe uitgave bewerkt door topauteur Do Van Ranst. Dat heeft hij met brille en soepelheid
gedaan, waardoor het verhaal zowaar weer leesbaar wordt. Een sterke prestatie. Die nog geflankeerd wordt door een
prachtige vormgeving (van quod. voor de vorm) en een duizelingwekkend mooie verbeelding door Carll Cneut. Hij
zou maar een enkele prent maken, maar hij heeft vol gas gegeven: met virtuoos donker en virtuoos licht brengt hij
een decor aan én nieuwe kleine verhalen. Door al die elementen samen is dit een van de sterkste uitgaven van De
Eenhoorn dit jaar.