|
|







OP AFSTAND Hoe langer ik je niet meer voel, hoe meer ik je terugbedoel naar degene die ik bedacht, naar ikzelf die naar mij lacht. In de stilte van je telefoon leg ik mijn verwijt - jij zegt me niet op tijd wat ik mij zeggen zou: dat mijn jij mij helpt in jou, dat ik stelpend van mij hou. |
Nog niet gepubliceerd |
IK BEN DE JONGEN Ik ben de jongen die niet kan voetballen, of tenminste niet zo goed. Ik weet wel hoe het moet, maar mijn lichaam doet iets anders. Ik heb een lijf met eigenwijze trekjes, twee benen met een grote bek die zich heus niet laten trainen. Ze doen maar wat, ze tackelen mezelf. Ik ben een elftal in mijn eentje, zoveel kanten ga ik op. Alleen door mijn verschijning ben ik al een strafschop waard, ik kijk en krijg twee rode kaarten, Alle witte lijnen wijken weg van mij. Ik ken het gras, dat is dan nog het enige. Maar veel te goed. En van dichtbij. |
Nog niet gepubliceerd |
HART Mijn hart groeit als een appel diep van binnen in mijn lijf. Ik ben een boom, maar minder stijf. Ik ben een wandelende boom, en ik bloei rood. Dus pluk mijn appelhartje niet. Dan bloei ik dood. |
Nog niet gepubliceerd |
Je wilde weggevonden zijn, dus sprong je ruggelings uit zicht en trok (je kuste me niet meer) links rechts een schelp om je dicht – neergestolde mond. Tijd achter kier: viermaandendier, gerold in teruggezogen lippen. Jouw parelmoer bericht aan mij: op naar de klippen. |
Nog niet gepubliceerd |
GEDICHTEN ARCHIEF |
Nog niet gepubliceerd |
LANGS DE WEG Ik zie in de goot, weggegooid of kwijtgeraakt, een afgebroken tafelpoot en wat dood damast. Een gestorven diner, in plaats van voedsel de resten van gezellig meubilair. Even verderop in de berm: een meisje dat haar sigaret kust met kringspiermond. Naast haar een konijn met kooi en drinkapparaatje, veilig op het gras. Ze bewaakt hem omdat hij geen maaltijd was. Ik loop voorbij en plak dit tot voorstelling. Groenvoer met gesmeten tafel. Zuigend meisje met stilleven. Onbekend reclamebeeld, vrolijke combinatiefoto. En ik leef ik leef, zonverband, opgevonkt! |
ZAKJE Een plastic zakje waait op de weg en tsjop! wordt overreden. Maar het is niet overleden want het zwaait de auto achterna, alsof het hem een schop wil geven. Zo draait me daar toch even de wereld op zijn kop: levend zakje lucht jaagt auto op de vlucht. |
Nog niet gepubliceerd |
WALKMAN Piepzangeressen en piepgitaristen piepkleine drummers en piepviolisten, zit je naast iemand met dopjes en oren, moet je die koptelefoontjes eens horen, daar komen heel kleine liedjes vandaan. Popmuziek, piepmuziek - zouden kabouters bestaan? |
Nog niet gepubliceerd |