Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
1
en weer terug naar...
en weer terug naar...
ELIA STRIJDT VOOR VRIJHEID - Christopher Paul Curtis (Nieuw Amsterdam)

Soms wilde ik dat ik weer meester was, op school. Dan zou ik nu een boek hebben waarmee ik morgen zou openen,
en dat ik dan de komende weken verder zou voorlezen. Zo'n belangrijk en goed boek is ELIA. Of nee, eigenlijk zou ik
het aan iederéén willen voorlezen. Dit boek heeft alles: humor, een sterke verteller, een geweldige plot, maar
vooral ook: urgentie. Het gaat over de elfjarige Elia die als kind van vrijgemaakte slaven geboren is in het Canadese
dorpje Buxton. Hier woonden werkelijk vele ontsnapte, vrijgekomen of vrijgekochte slaven. Elia lijdt, zoals hij het
zelf zegt, aan aanvallen van overgevoeligheid. En dat wil hij helemaal niet! Maar hij kan wel geweldig steen-keilen.
De helft van dit boek doet ons het dagelijkse leven in Buxton uit de doeken, maar dan wordt Elia geconfronteerd
met dat wat zijn ouders hem hadden willen besparen: onvrijheid en de noodzaak tot het maken van dappere keuzes.
Gelukkig heeft Uitgeverij Nieuw Amsterdam voor de auteur Curtis gekozen. Want er is méér moois van hem. Een
auteur om te koesteren, een uitgave om te vieren.

Dit boek is (prachtig, want niet makkelijk!) vertaald door Annelies Jorna.
SPIEGELJONGEN - Floortje Zwigtman (De Fontein)

Ik hield mijn hart vast. Niet omdat ik twijfelde of SPIEGELJONGEN, het derde en laatste deel van de trilogie DE
GROENE BLOEM, na SCHIJNBEWEGINGEN en TEGENSPEL, een góéd boek zou worden. Nee, daar kun je bij Floortje
Zwigtman wel zeker van zijn. Maar wel of het een fíjn boek zou worden. Ik was namelijk zo om Adrian gaan geven.
Om de hoofdpersoon Adrian Mayfield. En ik wilde écht, écht, écht niet dat het zwaar slecht met hem zou eindigen.
Ik heb daarom verschillende onnutte pogingen gedaan om de schrijfster te beïnvloeden, maar zie, het was niet
nodig: Adrian leeft en Adrian is niet alleen aanwezig tijdens het lezen van de GROENE BLOEM-boeken, maar hij is er
voor altijd. Want daar heeft Floortje Zwigtman voor gezorgd. Wat een wervelwinden, wat een brille, wat een
vertelkunst, wat een overtuigingskracht. Adrian is fantasisch, en Floortje Zwigtman ook. En de Nederlandse
jeugdboekenwereld heeft met deze hoofdpersoon, deze schrijfster en deze trilogie het meest stralende boegbeeld
dat het kon vinden.
LATINO KING - Bibi Dumon Tak en Castel (Querido)

Het zesde deel in de Slash-serie is om van te rillen. De ontberingen die Castel na zijn arrestatie voor drugssmokkel in
de Dominicaanse Republiek moet doorstaan zijn fors, maar - en dat maakt dit boek prachtig duidelijk - ze zijn niet
alleen van materiële aard. Wat heeft Castel goed verteld! Wat heeft Bibi goed geschreven! Onder het hele boek ligt de
bijzondere chemie die zij samen gevoeld moeten hebben. Het verhaal staat strak en stevig op de bladzijden, je wordt
ertegenaan getrokken als je het leest, de taal glanst en grauwt tegelijk, het is werkelijk een granieten boek. Maar dan
van het graniet dat alle soorten nuanceringen bevat, want dat is misschien nog het sterkste: het boek doet je
nadenken over eenzaamheid, over schuld en boete, over criminaliteit en vertrouwen. Een boek als een
Oscarwinnende film.

MOMBAKKES - Do Van Ranst (Davidsfonds)

Do Van Ranst is een zeldzaam talent. Een eigenzinnig talent ook. Het is knap hoe zijn boeken verschillen, want ook
MOMBAKKES is weer heel anders dan zijn vorige werk. Dit keer is een jongen die opgroeit onder een streng
vaderregime de verteller. Zijn vader is architect. Maar de vader is ook de zoon van een strenge vader. Rechte
lijnen, meetkundige figuren: die dienen de dienst uit te maken in deze familie. Maar het leven zelf, en dus ook de
broeiende contradicties van het leven, gaan hun eigen weg. De roman meandert mee en op een zeer knappe
manier houdt Do Van Ranst alles in balans. We ontdekken met de ik-figuur samen hoe alles werkelijk zit, maar we
proeven op geen enkel moment een voorgekookt schrijversscenario. Dit boek beweegt. Dit boek vlamt.
VUUR en VAN HUILEN KRIJG JE DORST - Anke Kranendonk (Lemniscaat)

Als er iemand is die precies weet hoe kinderen en jongeren leven, ademen, reageren,
denken en bewegen is Anke Kranendonk het wel. In zowel haar laatste (VUUR) als
haar eerste boek (VAN HUILEN KRIJG JE DORST) levert ze hiervan overtuigd bewijs.
De worsteling van Sam in VUUR met zijn niet-begrijpende juf is soms grappig, maar
vooral ook aangrijpend realistisch beschreven. Steeds denk je: ja, zó denkt deze
jongen. Hij springt zo van het papier af je hart in.
In VAN HUILEN KRIJG JE DORST moet Joris zien te begrijpen dat zijn lievelingsoom
er binnenkort niet meer zal zijn. Helder, navolgbaar, precies en ontroerend wordt
langzaam duidelijk hoe Joris in de nare kraters van het leven leert kijken. Maar
nergens wordt het larmoyant of zwaar. Hoe knap is dat? Dat is héél knap.
KEEPVOGEL, NACHTPANNENKOEKEN en KEEPVOGEL, HET DIEPSTE GAT - Wouter van
Reek (Leopold)

KEEPVOGEL is onweerstaanbaar. En de boeken over hem en zijn hond Tungsten zijn dat
ook. Laconiek, grappig, lief, inventief, slapstick-achtig en op een totaal niet onnozele
manier onnozel: ook die bijvoeglijke naamwoorden passen allemaal bij de
KEEPVOGEL-reeks.
NACHTPANNENKOEKEN en HET DIEPSTE GAT zijn daarvan de laatste delen. En de
combinatie van brede tekeningen en vignetten die een flink stuk verder vertellen is
prachtig. Leve KEEPVOGEL. De Gouden Uil-nominatie voor HET DIEPSTE GAT is volledig
verdiend.
HET GROTE BOSORKEST - Guido van Genechten (Clavis)

Guido van Genechten is een van de grootste en productiefste prentenboekmakers in de Nederlandstalige
kinderliteratuur. Maar zijn nieuwe boek is een van de mooiste van zijn hand. Het gaat over het zingen van de
vogels, in de nacht en na de nacht. Prachtige grote platen laten de bosvogels zien, en op heel mooie grote
sfeervolle spreads komt het bosorkest tot leven. Bijna net zo sfeervol als wanneer je écht in een bos staat bij het
krieken van de dag.

MIJN GEBOUW WORDT ZO, ARCHITECTUUR VOOR JONGEREN - Bernard Hulsman en Theo van Oeffelt (NAI
uitgevers)

Non-fictie voor kinderen over beeldende kunst, over schilders en stromingen, ja, dat is er genoeg. Maar over
architectuur? En dan echt goed? Ik was al een tijdje aan het zoeken maar stuitte uiteindelijk op dit, al in 1997
uitgegeven, boek. Het is voor jongeren geschreven en legt in een dubbele tekst iets uit over allerlei aspecten van
architectuur. In het zwart lees je wat er allemaal komt kijken bij het ontwerpen van een gebouw, en in het blauw
lezen we daar een voorbeeld van: de verbouw van de Koninklijke Scholengemeenschap in Apeldoorn. Dat is in
beide gevallen helder genoteerd en goed geïllustreerd.
TOEN MIJN VADER EEN STRUIK WERD - Joke van Leeuwen (Querido)

Dit is een boek waar ik me al lang op verheugde, en naar nu blijkt, niet zonder reden. Joke van Leeuwen verenigt
het beste van haar kunnen in dit verhaal over Toda die moet vluchten voor de oorlog, om te gaan wonen in een
ander land, bij haar moeder. We zien de geëngageerdheid van Van Leeuwen (uit bv BEZOEKJAREN), haar
onschuldige, originele, maar ook enigszins in de steek gelaten hoofdpersonen (uit oa DEESJE en KUKEL) en we zien
het taalspel (uit vrijwel al haar werk). Voeg daar nog de geweldige tekeningen aan toe en je hebt hier een Vintage
Joke van Leeuwen. Laat de bekroningen maar komen.
JOB EN DE DUIF - Evelien De Vlieger en Noëlle Smit (Lannoo)

Een boek voor beginnende lezers schrijven is niet zo moeilijk, maar een góéd boek voor beginnende lezers
schrijven wel. En een dik goed boek voor beginnende lezers schrijven, dat is helemaal een toer. Ze zijn er dus
niet veel. Maar met DE DUIF VAN JOB heeft Evelien De Vlieger een geestig verhaal, op het allersimpelste niveau,
geschreven, dat ook nog eens spreektaal en 'gewone' zinnen niet uit de weg gaat. Knap. Een tweede heerlijke
bijdrage aan deze uitgave leverde Noëlle Smit, die zowel flamboyant bezit neemt van de bladzijden als weet in te
houden wanneer dat nodig is. Een feest om naar te kijken, en wat een kleurenpracht ook!

MIERENKOLONIE - Jenny Valentine (Moon)

Eén ontroerende hoofdpersoon, dat is al heel mooi voor een boek, maar in MIERENKOLONIE zijn het er twee.
De zestienjarige Sam en de tienjarige Bo. Beide zijn ze verdwaald in het leven, beide wonen (op verschillende
wijze) alleen in een kleine mierenkolonie van een Londens huis-met-verdiepingen. Jenny Valentine schreef al
twee goede, opmerkelijke romans (OP ZOEK NAAR VIOLET PARK en GEBROKEN SOEP), maar deze derde is voor
mij de meest indrukwekkende. Niet alleen Sam en Bohemia komen warm en prachtig tot leven, maar ook de
bijfiguren. MIERENKOLONIE is een boek waar je van gaat gloeien.

DE HEMEL VAN HEIVISJ - Benny Lindelauf (Querido)

Het mooie, brede epos NEGEN OPEN ARMEN is nu opgevolgd door een nieuw mooi, breed epos. DE HEMEL VAN
HEIVISJ vertelt verder over Fing, Muulke en Jes, over hun grootmoeder, en over De Pap en de vier broers.
Maar dit keer is er ook Liesl, een meisje waar Fing veel meer mee te maken krijgt dan haar lief is. Het is
ontroerend om de drie hoofdpersonen terug te zien. Bovendien is het ook in dit boek weer heerlijk om Benny
Lindelaufs vertellust over ons heen te mogen krijgen. Daarnaast is de taal origineel en beeldend. Kortom,
Lindelauf heeft een boek geschreven waar de Nederlandstalige jeugdliteratuur veel en veel rijker van is
geworden. Een boek om in weg te kruipen en een boek om een dringende vraag aan op te lopen: komt er nog een
derde deel? Ja? Ja?

GEK VAN EEN EILAND - Koen D'Haene (De Eenhoorn)
KIND VAN DE WILDERNIS - Michael Morpurgo (Clavis)

Twee keer een zoon die met zijn moeder op vakantie gaat, nadat de vader en echtgenoot
er niet meer is. In GEK VAN EEN EILAND gaat de Vlaamse Wout, na het plotselinge
vertrek van zijn vader naar Brazilië, en naar een andere vrouw, met zijn moeder naar het
Nederlandse Waddeneiland Terschelling. Daar leert hij Johanna kennen, die zijn eerste
liefde wordt, maar hem ook voert naar haar adoptiefmoeder, die haar eigen trieste
verhaal heeft. Een mooi genuanceerd boek over zonen en ouders, over verlies en
verwerking. Bovendien krijgen we veel achtergrond van Terschelling mee, inclusief
optreden van Hessel, een beroemde Friese hit (van Twarres) en oude volksverhalen. En
dat voor een Vlaams boek van een Vlaamse schrijver in een Vlaamse leesserie!

In KIND VAN DE WILDERNIS stierf Wills vader al, maar op vakantie sterft óók Wills
moeder. De kleine Will komt op de rug van een olifant in de jungle terecht. En daar
ontspint zich een prachtig en spannend verhaal. Will en de olifant Oona gaan een diep
verband aan, waardoor beide overleven, maar ook drie kleine orangoetans blijken Will
nodig te hebben. Dit boek gaat over van alles, evenzeer (bijvoorbeeld) over
natuurbescherming als over leren te overleven, en het einde is warm en raak.
Twee jeugdromans dus, die ik graag las!
WAT DANSEN WE HEERLIJK - Toon Tellegen en Annemarie van Haeringen (Querido)

Uit dit prenten/lees/kijkboek zwiert de muziek ons tegemoet. Walsjes zijn het, denk ik, die eruit opklinken.
Maar dan wel van die onhandige walsjes, voor viool en banjo, of voor harp en mondharmonica. Want zoals die
instrumenten misschien ook niet volgens de regels van de kunst samengaan, laten Tellegen en Van Haeringen
net zulke onvoorspelbare koppels dansen: een nijlpaard en een neushoorn, een beer en een honingtaart,
bomen, en - het meest ontroerend - de egel en de eekhoorn. De tekeningen zijn teder, maar ook vrolijk,
kleurrijk, maar ook beperkt tot een veelsprekende essentie, het is met zulk illustratiewerk een danspartij van
een boek geworden. In de hoop dat deze balmeesters ook hierna weer zullen blijven samenwerken.
MISS DAKLOOS - Lydia Rood en Jojo Matthews (Querido)

Een nieuw deel in de Slash-reeks, en natuurlijk ben ik partijdig, maar ik vind ook dit boek weer een boek zoals ik
nog nooit heb gelezen. Lydia en Jojo hebben uren- en urenlang met elkaar gepraat, dat begrijp je al snel. En het
stoere meisje dat op televisie meedeed aan een Miss Dakloos-verkiezing komt nu, als resultaat daarvan, ook op
papier moeiteloos tot leven. Ze is ontroerend nuchter over alle dingen die haar al op jonge leeftijd zijn aangedaan,
ze struikelt vaak maar blijft ook steeds stoer doorgaan, ze probeert gewoon een zo goed mogelijk iemand te zijn.
En het verslag daarvan is prachtig opgeschreven door Lydia Rood, toch al een van onze belangrijkste
jeugdboekenschrijfsters. Een zeldzame inkijk in een leven, dus veel dank aan dappere Jojo en haar geweldige
biografe.
DISSUS - Simon van der Geest en Jan Jutte (Querido)

Een van de allerallerbeste boeken van 2010 is verschenen: DISSUS. Een groepje jongens gaat op pad, Dissus is
degene die de weg aangeeft. Er zijn vele gevaren onderweg en niet alle jongens overleven. Dit alles is losjes geënt op
de omzwervingen van Odysseus. Maar dan komt Dissus weer thuis, en de ontknoping van dit verhaal-in-dichtvorm
is prachtig en toverachtig. Humor, herkenning, poëzie en avontuur: als dat allemaal samengaat krijg je een feest
van een boek. Maar de rijkdom is daarmee nog maar voor de helft benoemd, want wát een illustraties! Jan Jutte is
hier zijn eigen koninklijke zelf, met tekeningen die óók een odyssee zijn, met evenzeer referenties aan oude Griekse
afbeeldingen alsook humor en avontuur (die grote dreigende hond!). Bij een boek als dit weet je het zeker: honderd
procent griffel, honderd procent penseel.
RED MIJN HOND - Anna Woltz (Leopold)

Jessie's hond Kaj heeft schapen doodgebeten. En dus moet het ondenkbare gebeuren: Kaj moet worden afgemaakt.
Althans, volgens degenen die daarover moeten beslissen. Natuurlijk probeert Jessie alles te doen om dit te
voorkomen. Tot zover de uitgangspunten van het verhaal. Maar RED MIJN HOND is vooral zo geslaagd omdat het
de liefde die je voor een hond kunt voelen sterk en scherp verwoordt: zo bedenkt Jessie bijvoorbeeld dat een hond
alles precies goed doet. Daarmee is dit niet alleen een goed boek, maar vooral ook een écht boek. En dan is er ook
nog een prachtige passage waarin de kracht van poëzie wordt bewezen. Anna Woltz schreef al puike boeken, maar
van die puike boeken is dit nog eens de beste.
SOLDATEN HUILEN NIET - Rindert Kromhout (Leopold)

Tweeduizendtien, het jaar van de jeugdromans. Dat kunnen we wel zeggen nadat ook dit boek weer tot het
allerbeste van wat dit jaar verscheen behoort. SOLDATEN HUILEN NIET is het boek dat Quentin Bell wil
schrijven over zijn broer Julian. Over hun jeugd op het platteland van Sussex, zo'n tachtig jaar geleden. Maar ook
over de 'rare' mensen met wie zij opgroeien: de leden van de Bloomsbury Groep. Het prachtig sfeervolle, lichte,
maar ook rake boek gaat dus over verbeelding, over voor je eigen mening durven uitkomen, over opgroeien,
over ouderschap en liefde, en vooral over broers. Rindert Kromhout heeft een schitterend boek geschreven, en
ook maar weer eens bewezen hoe veelzijdig hij is.

SLANGENKUIL - David Almond (Querido)

De winnaar van de Hans Christian Andersen Award 2010, David Almond, schrijft gewoonlijk al vrij zwarte boeken.
Maar SLANGENKUIL is nog wat zwarter dan normaal. De veertienjarige Liam zwerft rond in de diepe schaduwen van
een zomer waarin hij definitief geen klein kind meer is. Zijn vriendschap met Max gaat voorbij, en hij ontmoet een
paar flink door het leven beschadigde jongeren. Door hen komt hij in een duistere draaiing van moord, messen,
oorlog en wantrouwen terecht. Een van de heftigste Almond-boeken.

Dit boek werd vertaald door Annelies Jorna.
SUICIDE NOTES - Michael Thomas Ford (Lemniscaat)

Er zijn veel mooie boeken uitgegeven in de Made In The USA-serie van uitgeverij Lemniscaat, maar dit is wel een
van de mooiste. In een zeer geloofwaardig, ontroerend en spannend relaas vertelt Jeff hoe zijn verblijf in een
psychiatrische kliniek verloopt - waarin hij is opgenomen nadat hij op Oudjaarsavond een zelfmoordpoging heeft
gedaan. Dat klinkt als (te) zware kost, maar in dit boek ís dat het helemaal niet. Door de verteltoon van Jeff, door de
bijzondere portretten van mede-jongeren en door de bij vlagen uiterst verrassende stijl van Ford. Voeg daarbij een
groot psychologisch inzicht en je hebt een must-read.

Dit boek werd vertaald door Lydia Meeder.
JEE JEE JEE - Riet Wille en Merel Eyckerman (Lannoo)

Lannoo maakt een prachtig reeksje, met makkelijk leesbare boeken die rijk in kleur geïllustreerd zijn, zoals WOLF
EN HOND van Sylvia Vandenheede en Marije Tolman, JOB EN DE DUIF van Evelien De Vlieger en Noëlle Smit, en
dan nu JEE JEE JEE. Wat een leuk boek! En ook origineel: het gaat over jongens die graag met hun handen werken.
Over een verhuizersbedrijf gaat het ook, en daar zijn toch maar weinig kinderboeken over. Het verrassendst aan dit
boek is de ontwikkeling van Merel Eyckerman: haar tekeningen zijn warm en kleurrijk, heel eigen, maar voor
kinderen toch ook herkenbaar. Zij maken deze toch al geslaagde uitgave tot een heerlijk boek.
NILS EN HET GEHEIME GENOOTSCHAP - Astrid Lindgren (Ploegsma)

Ik vind het bijzonder fijn dat er voor mij nog steeds ongelezen Astrid Lindgren-boeken zijn, zoals deze vrolijke
dorpsdetective. Lindgren combineert hier haar Zweedse, vertrouwde dorpsdecor met grappige karakters (a la Pippi)
en lekker speurwerk. Een boek waar je blij van wordt, vooral als er dan ook weer opgewekt-vileine
Lindgren-dialoogjes tussendoor komen. Van tijd tot tijd is het een must: even AstridLindgrennen. En dat kan prima
met dit superboek.

Dit boek werd vertaald door Maydo van Marwijk-Kooy.
SKEELERS - Bobje Goudsmit (Holland)

Het is lastig om twaalf-, dertien-, veertienjarigen die niet graag lezen toch aan het lezen te krijgen. Het is zo mogelijk
nog moeilijker om van die groep de jóngens aan het lezen te krijgen. En dus is het erg goed als er boeken zijn als (het
al wat oudere, maar nu pas door mij gelezen) SKEELERS: een toegankelijk, goed geschreven verhaal over een jongen
die al skeelerend een ongeluk veroorzaakt. Zijn zich steeds opbouwende schuldgevoel én de leniging ervan wordt
helder en genuanceerd beschreven, en dat is dus de mooie verdienste van Bobje Goudsmit. En goed nieuws voor
een héél grote groep lezers.
MEJUFFROUW MUIS KRIJGT MUISJES - Erik van Os/Elle van Lieshout/Marije Tolman (Lemniscaat)

Er is een nieuw deel in de Mejuffrouw Muisreeks: eentje waarin er muizenkroost op komst is. De tekst is, als in de
andere delen, wendbaar, vrolijk en fijn-onnadrukkelijk rijmend. Leuk is de voorkeur die hondje Lucebert heeft voor
de naam van het nieuwe kindje: Vasalis. Of Schmidt. Of Achterberg. Maar de echte grootse geinigheid is opnieuw
afkomstig van Marije Tolman. Wat heeft ze er weer een overvloedig en rijk boek van gemaakt! Zo beslist ze om in
een scene waarin naar een naam voor de baby gezocht wordt niet alleen vader en moeder Muis-Dokter in een
namenboekje te laten lezen, maar ook om dat te laten doen in de bibliotheek, die vervolgens in zijn geheel wordt
getekend, met honderdvierennegentig details en grappige mini-tafereeltjes. En als extraatje vinden we in dit boek
zelfs een... boomhut!
VREEMDE VOGELS - Kate de Goldi (Lemniscaat)

Sommige boeken volgen zo duidelijk níét het recept voor het genre waarin ze uitkomen, dat ze je alleen al daarom
voor je innemen. Kate de Goldi schreef over de grootste tobber ter wereld, Frankie. Maar een zorgelijk, somber
boek werd het, ondanks Frankie, niet. Samen met zijn beste vriend Gis, met het nieuwe meisje Sydney, met zijn
excentrike ouders en zijn excentrieke tantes én met zijn grote broer en grote zus worstelt Frankie zich (zijns
ondanks) dapper door de raadsels van het leven heen. Veel vrolijk geëmmer dus, in dit boek, voor een boek voor
deze leeftijd normaal gesproken té veel, maar hier heb je er geen last van, omdat Frankie en de anderen zo zonnig
en levensecht beschreven zijn. En dan is er ook nog een fijnzinnig en bemoedigend slot...

Dit boek werd vertaald door Ineke Lenting.
HET MOERASMEISJE - Siobhan Dowd (Van Goor)

Siobhan Dowd is helaas overleden. Maar voor haar veel te vroege dood schreef ze in hoog tempo nog een paar zeer
ertoedoende boeken. Dit is er een van. Het verhaal speelt zich af in het Ierland van 1980. Fergus, de hoofdpersoon,
leeft temidden van de Noord-Ierse oorlog, zijn broer zit in de gevangenis en doet mee aan een politieke
hongerstaking en ook Fergus wordt op zijn loyaliteit getest. Maar tegelijk ontdekt Fergus een meisje in het veen.
Zij, Mel, geeft haar historische verhaal langzaam prijs. Dit boek is heel origineel, is met een messcherp gevoel voor
plotafwikkeling geschreven en ontroert, niet in het minst door de sterke tekening van de twijfels van Fergus.

Dit boek werd vertaald door Tjalling Bos.
TEMMER TOM - Tjibbe Veldkamp en Philip Hopman (Lemniscaat)
HONDEN DOEN NIET AAN BALLET - Anna Kemp en Sara Ogilvie (Lemniscaat)
JOHANNA IN DE TREIN - Katrin Schärer (Gottmer)

Drie heerlijke prentenboeken.
In JOHANNA IN DE TREIN reist varkentje Johanna inderdaad met de trein, maar het
gaat in het boek vooral om de wisselwerking tussen de hoofdpersoon en... de tekenaar!
Regelmatig corrigeert varkentje Johanna haar schepster, en zijn er verbeteringen of
veranderingen op de bladzijden aangebracht. Heel vrolijk, en mooi, maar vooral ook
inventief.

HONDEN DOEN NIET AAN BALLET charmeert vooral door de prachtige tekeningen.
Ontroerende beelden van het naar dansen snakkende hondje, met sterke strepen en
springende kleuren. Bovendien is het boek mooi uitgegeven: het omslag voelt heerlijk
aan, de bladzijden zijn van prachtig papier.

Een echt hebbeboek is TEMMER TOM. De veranderde heruitgave van dit boek dat ooit bij
Ploegsma verscheen is rijker en vrolijker. Hopman op z'n best: je wordt een wereld
ingetrokken waarin dieren meubelstukken kunnen zijn en kinderen hun vaders vader.
Een spattende tekst van Veldkamp en hartverwarmend, glanzend, rijk tekenwerk van
Hopman maken dit boek tot een van de leukste boeken van dit najaar en een van de beste
voorbeelden van het thema (beeld en tekst) van de komende kinderboekenweek.

JOHANNA IN DE TREIN werd vertaald door Esther Ottens en HONDEN DOEN NIET AAN BALLET
door L.M. Niskos.
ANTSY DOES TIME - Neil Shusterman (Lemniscaat)

Een young adult-boek dat Amerikaanser is dan ANTSY DOES TIME krijg je niet snel. Er staat filosofie-light in, er zijn
citaten, er is een plot die je doet doorlezen en doorlezen en de stijl is luchtig genoeg, maar uiteindelijk gaat het boek
over belangrijke zaken als eigenwaarde, leven en dood, toekomstperspectief en tijd, kortom: hoe te leven. Dat dit
boek in al zijn Amerikaanse frisheid lijkt op andere YA-boeken met Amerikaanse frisheid, klopt. Maar evenzeer
klopt dat het daardoor óók een boek is waar je soms hardop om moet lachen, en waar je soms van gaat nadenken.
Een mooie toevoeging aan de Made-In-The-USA-reeks van Lemniscaat, en dubbelmooi voor degenen die
hoofdpersoon Antsy al kennen uit THE SCHWA WAS HERE, Shusterman eerste in het Nederlands vertaalde
jeugdroman.

Dit boek werd vertaald door Lydia Meeder.
MET JE HOOFD BOVEN WATER - Gideon Samson (Leopold)

Het derde boek van Gideon Samson is puntgaaf. In de jaren zeventig had je Jonathan, de kinderboekenjongen
vanuit wie Guus Kuijer schreef in DE TRANEN KNALLEN UIT MIJN KOP. Nu is er Gied, uit MET JE HOOFD BOVEN
WATER, en die twee zijn, na het lezen van hun wederwaardigheden, even onuitwisbaar. De schrijver plaatst ons met
soepel gemak in Gieds hoofd, en leidt ons naar een zoetsterk einde, via een verhaal dat je niet weg wil leggen, dat
hartverwarmend en geloofwaardig is, dat bewijst dat Gideon Samson een geweldige schrijver is.

DE ZUURTJES - Jaap Robben en Benjamin Leroy (De Geus)

De Zuurtjes zijn twee ouder geworden broers die van zeuren en zuigen houden en niet beter weten dan dat de hele
wereld tegen hen is. Een van onze belangrijkste nieuwe schrijvers, Jaap Robben, schreef een kolderiek verhaal waar
toch een mooie bodem onder zit. Benjamin Leroy maakte er een rijke graphic-novel-achtige kinderroman van. Het
is bij vlagen adembenemend wat hij hier doet, van meerdere bladzijden nachtmerrie tot kleine grapjes achter kleine
raampjes in gedetailleerde tekeningen, tot geraffineerd spel met kleur en zwart-wit. Een boek om te koesteren.
BEU - Kaat Vrancken en Noëlle Smit (Querido)

Noëlle Smit is niet meer weg te denken uit het nieuwe Nederlandse illustratiepalet, en dat is in dit vrolijke, ruime,
swingende prentenboek ook weer goed te zien. Over palet gesproken: die kleuren! Die Noëlle-Smit-kleuren! En dan die
zijverhalen die zich onnadrukkelijk in de beeltenissen van de huisdieren afspelen... Maar dit prentenboek is óók zo
sterk vanwege de heldere tekst van Kaat Vrancken. Zoals altijd schrijft ze precies én toegankelijk, helder én
genuanceerd. Heel geslaagd.
WAAR IS MO? - Toon Tellegen en Jan Jutte (Rubinstein)

WAAR IS MO? is een van de drie Gouden Boekjes die Toon Tellegen voor zijn kleinkinderen schreef. Het is een vrolijke
opsomming van plaatsen waar kleine Mo niet is, maar wel gisteren nog was. En dan volgen er grappige stukjes over
wat Mo allemaal deed in bijvoorbeeld het museum, de dierentuin, de dierenwinkel etcetera. Jan Jutte werkte dit keer
zonder zijn bekende zwarte contourlijnen en ook nu is het heerlijk om naar zijn dieren en mensen, maar ook naar zijn
kleuren en ensceneringen te kijken.
ALS JE TERUGKOMT - Rebecca Stead (Querido)

Het eigenlijke onderwerp van dit zeer Amerikaanse verhaal - tijdreizen - is duizelingwekkend. De plot is er een die niet
verklapt mag worden, wat al iets zegt over het soort boek dat ALS JE TERUGKOMT is. Inderdaad beland je uiteindelijk
op die ene bladzijde waarbij je denkt: 'Ahaaaaaaaah! Dat ik dat niet eerder zag!' Maar ook de beschrijving van het
'gewone' leven van hoofdpersoon Miranda, van haar gesprekken en belevenissen met haar vrienden, van de relatie
tot haar moeder en andere volwassenen in haar buurt, is sterk.

Dit boek werd vertaald doorJenny de Jonge.
MEES KEES, IN DE GLORIA - Mirjam Oldenhave (CPNB)
MEES KEES, DE SPONSORLOOP - Mirjam Oldenhave (Ploegsma)

Mees Kees is de held van de kinderboekenweek. Zelden hebben we namelijk zo'n warm,
ontroerend, grappig kinderboekenweekgeschenk gehad, en ook het nieuwe deel DE
SPONSORLOOP is verrukkelijk. Mirjam Oldenhave heeft trouwens met haar twee nieuwe
delen over Tobias en de rest van groep 6b, én over hun stagiair-meester Mees Kees
misschien wel de ontroerendste van de hele serie geschreven. We horen meer over de
achtergrond van Tobias, en Mees Kees tobt (achter de schermen van het boek) duidelijk
hoe hij Tobias nog meer kan helpen. Daar vindt hij heel mooie manieren voor, en dat
maakt deze twee boeken dus tot de hoogste top van wat er dit jaar aan kinderboeken
verschenen is. Want ze zijn ook nog eens fris en ook nog eens heel komisch en ook nog
eens heel goed geschreven. Met heerlijke tekeningen van Rick de Haas.
STIMMY, of: HET OERWOUD IN DE STAD - Philip Hopmen en Daan remmerts de Vries (CPNB)

Hoe gelukkig zijn Nederlandse kinderboekenweekkinderen. Eerst al vanwege het kinderboekenweekgeschenk van
dit jaar (zie boven), dan vanwege het ultragoedkope prentenboek, dat speciaal voor de
kinderboekenweekcampagne is gemaakt door Daan Remmerts de Vries en Philip Hopman. Het is een boek van
internationale allure, en niet alleen vanwege het onderwerp (een jongetje in New York dat de natuur mist). Maar die
rijke tekeningen! Die maken STIMMY tot een boek dat je her- en her- en herbekijkt, in sterke bewondering voor
Hopman en Remmerts de Vries. Een grootse prestatie, en een grote reden voor feest: niet alleen dat het
kinderboekenweek is, maar ook dat dit boek er daardoor is gekomen.
VADER VERLIEFD - Mieke van Hooft (Holland)

Zonder spektakel en zonder geronk is er een heel lief boek verschenen: VADER VERLIEFD. De achtjarige
Bobby-Boy woont al jaren samen met zijn vader en grote zus, maar opeens is er een nieuwe vrouw in het leven van
papa. En niet alleen een vrouw, ook de drie dochters van die vrouw. Op een mooie, warme toon vertelt Mieke van
Hooft hoe Bobby-Boy zich voelt en hoe de gezinnen langzaam aan elkaar wennen. Met veel geloofwaardige details,
over boterhammen met pasta bijvoorbeeld, en het plezier van het eten van een voor jou gelegd ei of hoe
Bobby-Boy zegt: 'Lieve ogen' als hij een foto van de nieuwe vlam ziet. 'Ja hè,' zegt papa tevreden, maar Bobby heeft
het natuurlijk over het hondje dat samen mét de dame op de foto staat... Mooi!
SUPERSLIMME DIEREN - Jan Paul Schutten (Kluitman)
BEKIJK HET MAAR! - Jan Paul Schutten (Zwijsen)

Twee keer Jan Paul Schutten, één keer maxi, één keer mini - maar twee keer aanstekelijk.
In SUPERSLIMME DIEREN verzamelt hij al zijn kennis over het speciale gedrag van
dieren, en die kennis is indrukwekkend. Bladzijde na bladzijde lezen we vrolijke en
bijzondere wetenswaardigheden over o.a. de neushoornvogel, de honingwijzer, de
spinkrab en de monarchvlinder. Het boek is rijk vormgegeven en voorzien van een
heldere stroom aan foto's.

In BEKIJK HET MAAR is de aanpak verschillend: het is een klein boek in de nieuwe reeks
'doeboeken' van educatieve uitgeverij Zwijsen. Maar hoe leuk! Niet alleen tekstjes die je
graag wil lezen, maar ook grappen en puzzels. Fantastisch materiaal voor leerkrachten en
voor zich verkneukelende kinderen die misschien niet zo van lezen houden - maar nu wel!
FEEST! - Arnoud Wierstra (Lemniscaat)

FEEST! is een vrolijk tekstloos prentenboek op groot formaat. Debutant Arnoud Wierstra laat, verspreid over de
bladzijde, het verhaal van 12 mensen zien (nou ja, twaalf mensen en één konijn) die zich voorbereiden op het
verjaardagsfeest van een van hen. Ieder wordt in aparte kaders gevolgd op zijn (of haar, er is maar één dame
uitgenodigd) uren voorafgaand aan de party. Een fijn, blij boek!
IS HET NOG VER? - Ingrid Godon (Querido)
HET PARADIJS - Bart Moeyaert en Wolf Erlbruch (Querido)

Nieuwe boeken van belangrijke makers: dat is altijd een groot plezier. Ingrid Godon is na
een onderbreking weer terug. In het roerende IS HET NOG VER? laat ze de strijd van
iemand met ambitie zien. Nog hoger willen gaan, slechts met het mooiste en uiterste
tevreden zijn - hoezeer dat soms ook eenzaamheid oplevert. En het besef dat het mooiste
mooier wordt wanneer je het met iemand kunt delen. De vorm van dit prentenboek
(staand, langwerpig) is zeer goed gekozen: de tocht naar de top van de boom komt er nog
sterker in tot uiting.
Van Bart Moeyaert en Wolf Erlbruch is er, een aantal jaren na DE SCHEPPING, nu HET
PARADIJS. Een boek om te herlezen en nader te vullen met de ontdekkingen die je doet in
je hoofd naar aanleiding van de rijke tekst. De kracht van dit boek is dat het over óns gaat.
Erlbruch tekende geen supermodellen, maar mensen zoals u en ik. Daarmee brengen de
twee makers het paradijsverhaal tot recht voor onze neus, zodat wij nadenken over
mannen en vrouwen, over voortgang en stilstand, over natuur en cultuur.
MENEER RENÉ - Leo Timmers (Querido)

Dit is een boek als een doek. De achterkant is een schilderijenachterkant, op het ruggetje staan zelfs de spijkerkoppen
waarmee het canvas aangespannen is. Over schilderkunst gaat het dan ook, dit verhaal. Over de denkfantasie vanuit
de zin 'Dit is geen pijp' van schilder Magritte - die hier geparafraseerd staat als 'Dit is geen appel'- waarin de appel dus
wél echt wordt. Alles wat meneer René schildert wordt echt. En dat is geweldig, want meneer René heeft alles wat hij
wenst, hij hoeft het maar te schilderen. Hij heeft alleen zijn doeken niet meer. En of dat erg is? Ja. Dat is erg. En zo
zien we dat de verbeelding overwint in dit magistrale boek, dat ook zélf werkelijk verbluffend geschilderd is, en
voorzien van vele grappige details (let op het slakje met ijshoorntje als huis, let op de Belgische vlag op een
gigantische boot - waar overigens de Titanic als model voor gebruikt is, zou Timmers hier iets politieks mee
bedoelen? - en de Nederlandse vlag, ter contrast, op een handkar met kaasblokjes.) Leo Timmers maakt met dit boek
zijn debuut bij uitgeverij Querido, en wát een debuut. De uitgeverij mag trots zijn: dit boek hoort tot de
allerallerhoogste top.
EN? - Kitty Crowther (De Eenhoorn)

Ze won afgelopen voorjaar de Astrid Lindgren Memorial Award. Daarmee werd aangegeven dat Kitty Crowther een
groot verteller is, en uiteraard een groot tekenaar. Helaas is er niet al te veel van haar werk in het Nederlands
leverbaar. Wél herdrukte uitgeverij Querido onlangs IN HET PIKKEDONKER én vertaalde Uitgeverij De Eenhoorn
dit kleine boekje. Een prima keus, want het is een van Crowthers allerleukste werken. Een aantal knuffeldieren wacht
op de komst van hun 'baas'. Om allemaal samen te gaan slapen in het brede bed. Lief, grappig, eenvoudig. En voor
alle grote en kleine fans van Crowthers tekeningen is er natuurlijk vooral veel te kijken en -een-miljoen-keer te
herkijken.
IK BEN ALICE - Jan Simoen en Alice Dupont (Querido)

Een nieuw Slash-boek, het achtste deel. En we mogen er trots op zijn: het is de eerste Vlaamse bijdrage. Later volgen
nog Do Van Ranst en Marita De Sterck. Jan Simoen kennen we van een prachtige trilogie (MET MIJ GAAT HET GOED,
EN MET ANNA en VEEL LIEFS VAN MICHAEL), van de vrolijke boeken over Sigi en van de magistrale korte
jeugdroman SLECHT. IK BEN ALICE is weer een echte Simoen, en wat mooi is: we horen er de Sigi-toon in en het
boek doet ook aan de directheid van SLECHT denken. Maar tegelijk moeten we recht doen aan de inbreng van Alice
Dupont: met haar grote, aanstekelijk eerlijkheid heeft ze Simoen op een sterk spoor gezet. Een waarheidsgetrouwe
jeugdroman, (geen klaagverhaal, ook al gaat het o.a. over anorexia!), culminerend in een prachtige laatste scene.
DE ZWIJNENBENDE – Jan Paul Schutten (Zwijsen)
BROER TE KOOP – Inge Bergh/Peter-Paul Rauwerda (De Eenhoorn)
VIER PLUS VIER IS ACHT – Inge Misschaert/Inge Bergh/Peter-Paul Rauwerda (De
Eenhoorn)

Drie erbovenuitspringende AVI-leesboeken!
De reeks ‘Boekbende’ van educatieve uitgeverij Zwijsen biedt langere verhalen, op
leesniveau, met uitdagingen.

Het leukste aan DE ZWIJNENBENDE uit die serie is het onderwerp: varkens. Maar ook:
vegetarisch eten. En ook: moleculair koken. Ja, inderdaad – een veelheid aan moeilijke
woorden en uitleg, maar tóch een verhaal.
Een mooie Jan Paul Schutten-mix dus van verhaal en wetenswaardigheden. Met sterke
grap in de laatste zin.

De twee boeken van Inge Bergh en Peter-Paul Rauwerda (waarvan een met Inge
Misschaert) tonen aan dat goede, originele en toch simpele AVI-boeken bestaan.

In BROER TE KOOP wil een meisje haar broer het liefst kwijt zijn, hoewel het, als er een
koper is, toch lastig blijkt om dit plan echt door te zetten. En dat alles in sterke, verzorgde
zinnen die steeds fris klinken.

In VIER PLUS VIER IS ACHT is het verhaal iets minder traditioneel verteld, we lezen als
het ware de overwegingen van een jongetje dat het niet makkelijk heeft op school. Wel met
rekenen, niet in sociale situaties. In beide boeken zijn het de tekeningen van Peter-Paul
Rauwerda die opvallen. Realistisch zijn ze, jazeker, en mooi van kleur, maar ook vaak
origineel van standpunt, en goed geplaatst.
TONJE EN DE GEHEIME BRIEF – Maria Parr (Lannoo)

Als de Gouden Griffel ook naar boeken van buitenlandse afkomst zou kunnen gaan dan was dit de geheide kandidaat
voor 2011. Maria Parr won met haar vorige boek (DE WONDERLIJKE LOTGEVALLEN VAN OLLE EN LENA) al een
Zilveren Griffel en dit nieuwe verhaal is misschien nog wel sterker. In het Glimmerdal woont maar één kind, en dat
is Tonje. Haar beste vriend is de oude Gunnvald, maar die heeft een bijzondere geschiedenis, die ook al te maken
heeft met een levenlustig meisje als Tonje. Dit meisje – inmiddels opgegroeid – komt op een dag het dal in. En dan
moeten er heel wat waarheden ontdekt en gezegd worden, wat Maria Parr als een grootmeesteres beschrijft. Want:
wat willen we van een boek? Een wereld binnenstappen. Lachen. Ontroerd worden. We willen eraan terugdenken als
het uit is. We willen er heimwee van krijgen, in dit geval naar een verscholen Noors bergdorpje. We willen het boek
aan iedereen willen voorlezen. Dit alles lopen we op bij het lezen van dit grandioze verhaal. Tonje is een klassieker.
Tonje is een boek dat je ieder kind zou toewensen.

Dit boek werd vertaald door Bernadette Custers.
FLESSENPOST UIT AMSTERDAM – Harm de Jonge (Van Goor)

Vogels, prinsessen en een boot: het is altijd een fijne hernieuwde kennismaking met bekende thema’s in de boeken
van Harm de Jonge. Maar dit boek is meer dan slechts een hernieuwde kennismaking. Het is een boek waar een
kloppend hart uit opklinkt. Het is een pleidooi voor het mooie van dromen. Het is een ode aan de
verbeeldingskracht. Tommie uit het Noorden en Charlie uit Amsterdam schrijven elkaar brieven, maar op een dag
wordt de brievenstroom uit Amsterdam bruusk beëindigd. Tommie gaat op zoek. Dat zijn de uitgangspunten van het
verhaal, maar De Jonge levert ons ook lijstjes van Belangrijke Kinderen, van Interessante Feiten, er zijn referenties
aan schilder- en beeldhouwkunst, en is er die warmhartigheid waardoor we hopen dat er nog vele hernieuwde
kennismakingen zullen zijn.
IK BEN DE STERKSTE – Christian Frascella (Moon)
JIJ EN IK – Niccolò Ammaniti (Lebowksi)

Het genre met de nieuwe naam – Young Adult – krijgt terecht steeds meer aandacht, en
wordt ook steeds meer omlijnd. Dat gebeurt onder anderen door de instelling van de
mooie nieuwe Grote Jongerenliteratuurprijs, de GJP. Een van de mooiste effecten van al
die aandacht is, vind ik, dat het niet uitmaakt wáár een boek is uitgegeven. Vandaar deze
twee YA-boeken hier onder een noemer – een boek uitgegeven bij een
jeugdboekenuitgeverij, een bij een ‘gewone’ uitgeverij.
Het boek van Frascella wordt overigens aangeprezen met ‘De nieuwe Niccolò Ammaniti’.
Dat mag wel of niet waar wezen, feit is dat deze twee boeken volgend jaar wel eens mee
zouden kunnen dingen voor de GJP 2011.

IK BEN DE STERKSTE vertelt het verhaal van de zestienjarige ‘ik’ die regelmatig klop
krijgt. Hij maakt het er dan ook naar. Verder is zijn vader er nog, ‘de Baas’, die een nieuwe
vrouw vindt, en het zusje dat voortdurend ‘de Plompe Non’ wordt genoemd. Het boek is
soms hilarisch (bijvoorbeeld wanneer de ‘ik’ aan het begin van het boek door zijn
toekomstige vriendinnetje tegen de vlakte wordt geslagen) en ook ontroerend – aan het
eind. Mooi!

De nieuwe Ammaniti, het boek dus, JIJ EN IK, vertelt over de veertienjarige Lorenzo die
moeite heeft om zichzelf in de gewone (school)maatschappij te zien functioneren.
Wanneer een groepje klasgenoten op skivakantie gaat besluit hij te doen alsof hij met hen
mee is, en zo zijn moeder tegelijk gerust te stellen en voor te liegen. In de kelder van het
huis, waar hij vervolgens zal verblijven komt hij een heel bijzonder iemand tegen. De
persoon die de ‘jij’ zal worden uit de titel. Een vrij serieus verhaal van Ammaniti, sterk en
ontroerend.

IK BEN DE STERKSTE werd vertaald door Henrieke Herber.
JIJ EN IK werd vertaald door Etta Maris.
MIJN EXTRA LEVEN – Johan Unenge (Clavis)

De graphic novels voor kinderen en jongeren rukken op en dat is goed nieuws. MIJN EXTRA LEVEN komt uit
Zweden en gaat zware maatschappelijke problemen niet uit de weg. Verantwoordelijkheid, racisme,
asielzoekersproblematiek, het is allemaal vrij zwart wit in deze graphic novel. Maar dat is geen echt bezwaar, want
mede door de tekeningen wordt het morele bezwaar (wat zou jij doen als...) van een jonge gamer zeer duidelijk in
beeld gebracht. Spannend, snel, goed gedoseerd.

Dit boek werd vertaald door Maaike Lahaise.
DE ZEE, ALTIJD DE ZEE – Jaak Dreesen (De Eenhoorn)

Dit boekje is een kleinood. Het is getekend door Else Dezwarte en geschreven door de ervaren Jaak Dreesen, een van
de ‘vaders’ van de Vlaamse jeugdboekenschrijvers. Zijn stilletjes glanzende oeuvre heeft altijd oog voor de natuur en
voor de warmhartige contacten tussen ouderen en kinderen. Dat blijkt ook weer uit dit boek. De oude zeeman Alfred,
inmiddels alweer vele jaren aan land, leert kleine Lisa, en haar ouders, kennen. Er volgt, heel voorzichtig, een
onnadrukkelijke en daardoor des te waardevollere band tussen die twee. Het boek staat vol met prachtige zinnen, en
is toch heel toegankelijk. Dat is knap, en daarmee is DE ZEE, ALTIJD DE ZEE voor wie het nog niet kent een prima
entree tot het volledige werk van Dreesen.

APPELMOES – Klaas Verplancke (De Eenhoorn)

Ronduit: dit is een prachtig prentenboek. Het onderwerp is eenvoudig genoeg: de liefde van een klein jongetje voor
zijn papa. Die papa kan bijvoorbeeld heerlijke appelmoes maken, met die geweldige (en zoet smakende) handen van
‘m. Maar soms is diezelfde papa boos op je, en dan kan het gebeuren dat je ook boos wordt op je eigen vader... Dit
boek toont Klaas Verplancke op z’n warmst, op z’n betrokkenst. Zowel de tekeningen als de tekst zijn origineel én
herkenbaar genoeg. Heel knap.
WILL GRAYSON, WILL GRAYSON – John Green en David Levithan (Lemniscaat)

Wat mij betreft had John Green met zijn vorige boek PAPER TOWNS de Grote Jongerenliteratuurprijs mogen winnen.
Maar nu heeft hij een nieuwe kans. Samen met David Levithan schreef hij een wervelend boek over twee jongens die
elk Will Grayson heten, maar elkaar in het begin van het verhaal nog niet kennen. Het is een boek over vriendschap
geworden, specifiek die tussen hetero-jongens en homo-jongens. Dat is origineel, want niet vaak werd er in een
jeugdboek zo vrij over homoseksualiteit geschreven vanuit bevriend-hetero-perspectief. Dit is een boek als een Gay
Straight Alliance. Het verhaal is zowel subtiel alsook volledig over-the-top. Een boek dat spannend, grappig, humaan
én belangrijk is.

Dit boek werd vertaald door Aleid van Eekelen-Benders.
PRINSES ANNA – Ed Franck en Kris Nauwelaerts (De Eenhoorn)

PRINSES ANNA is een subtiel prentenboek over de gevoelens van een kind tijdens en na de scheiding van haar
ouders. In de vorm van een sprookje. Dat is een goede keus, en Ed Franck blinkt uit in prachtige zinnetjes als: ‘Prinses
Anna speelde in de tuin vol dure vogels en gratis kevertjes.’ Maar het is toch vooral een boek van tekenaar Kris
Nauwelaerts – en het is zijn meesterwerk. Als het over kevertjes gaat toont hij ons in een hoekje van het blad een
verkeerstoren met wel veertig verschillende kevers. Overal op de platen vinden we dat soort rijke details. Maar ook
zijn kleurgebruik, zijn enscenering en zijn fantasie spreekt aan. Dit is een rijk kijkboek dat hoort bij het beste dat er dit
jaar aan prentenboeken verscheen.
DE HONGERSPELEN – Suzanne Collins (Van Goor)

Deze fantasyroman is het eerste deel van een reeks, die voortgezet wordt met VLAMMEN en DE SPOTGAAI. De
trilogie vertelt het verhaal van Katniss Everdeen die in een verre toekomst in het land Panem woont, het huidige
Noord-Amerika. In dit eerste deel wordt zij bij loting aangewezen om mee te doen met de Hongerspelen, een wreed
en hard televisiespel dat in het hele land wordt uitgezonden. In een razend spannend verteltempo bouwt Suzanne
Collins aan een indrukwekkend geheel. Knap is dat het boek, ondanks de uitleg die nodig is vanwege alles wat wij nog
niet kennen, helder van structuur is, en toch vaart houdt.

Dit boek werd vertaald door Maria Postema.
IEDEREEN IS GEK! – Jan Paul Schutten en Ype+Willem (Davidsfonds)

Kauwgom kauwen helpt bij het leren van je huiswerk. Je wordt blij van vrolijk kijken. Ons brein bevat een
Jennifer-Aniston-cel. Dat zijn allemaal feiten uit dit breinboek van Jan Paul Schutten. Hij onderzoekt in begrijpelijke
taal en korte stukjes waarom we denken wat we denken, wie de baas is in ons hoofd en hoe we gelukkig kunnen
worden. Origineel – en heerlijk begeleid door de fotocomics van Ype Driessen en Willem Stam.
VOOR ALTIJD BEROEMD – Mireille Geus (Gottmer)

Wie is het meisje op de Nachtwacht – het meisje dat een dode kip met zich meedraagt? En wie is dat hondje? En wie is
die jongen met de half over zijn hoofd gezakte helm? We weten het niet. Maar Mireille Geus en haar dochter
fantaseerden erover, en vervolgens schreef Mireille dit boek. Het werd een onderhoudend en aannemelijk historisch
verhaal, waarin we – mede door het uitgebreide nawoord – een heleboel informatie krijgen over dit voor altijd
beroemdste schilderij van Rembrandt van Rijn, onze voor altijd beroemdste schilder
HOE OVERLEEF IK MIJN VADER? (EN HIJ MIJ!) – Francine Oomen (Querido)

In HOE OVERLEEF IK MIJN VADER? (EN HIJ MIJ!) gaan Rosa, haar vader, Noa, Sas en Jonas samen op vakantie
naar Marokko, en daar wacht er voor vrijwel iedereen een confrontatie met haar of zijn eigen ‘krokodil’. Maar als ze
weer thuis zijn en het boek uit is gelezen, is er met dit dertiende deel over Rosa een einde gekomen aan de HOE
OVERLEEF IK-serie. In het nawoord bij dit boek kondigt Francine dit zelf aan. Ze mailt het aan haar hoofdpersoon.
Rosa is het er niet mee eens, en dat doet Francine besluiten om door te gaan, maar in een andere vorm, onder een
andere titel, waarschijnlijk voor een oudere doelgroep, mogelijk zelfs voor volwassenen.
Een van de werkelijke waarden van deze nu afgeronde serie ligt hem voor mij in dat wat Francine tussen de regels,
maar op een zeer begrijpelijke manier, aan haar grote schare lezers overbrengt. Het ‘no fear’-gevoel, de aandacht
voor anderen, de rijkheid van (culturele) diversiteit, het aangaan van het gesprek met jouw persoonlijke ‘krokodil’…
Is dat eigenlijk wel genoeg opgemerkt? Samen met onder anderen Paul van Loon en Jacques Vriens is Francine
Oomen van groot belang voor de emotionele vorming van honderdduizenden jonge lezers. Dat dient gekoesterd en
geprezen te worden– en het einde van Hoe Overleef Ik (HOI) in zijn huidige vorm is daar een mooi moment voor.
ALLE VISSEN VONDEN OLIFANT – Henk van Straten & Martijn van der Linden (Moon)

Er verschijnen zelden boeken waarin vissen en zeedieren de acterende personages zijn. Maar in dit boek met soms
komische, soms licht-filosofische verhalen horen we ze juist wél: het zeepaardje, de tonijn, de walvis, de zeeleeuw
en… een olifant die op een dag plotseling in zee drijft. Herinneringen aan de dierenverhalen van Toon Tellegen,
verwantschap met de absurditeit van Murakami… De tekeningen zorgen voor het grootste plezier. Martijn van der
Lindens zeedieren zwemmen kleurig en van diepte voorzien dwars door de pagina’s op ons toe. Het vreemde
liefdespaar van haai en zeeleeuw wordt in Martijns uitvoering aannemelijk. Het kikkertje, de zwarte murene, de
papegaaivis: stuk voor stuk blinken ze van de pagina.
PAPEGAAIEN LIEGEN NIET – Lydia Rood (Leopold)

Niemand kan zich zo inleven in het leven van jonge mensen in andere culturen als Lydia Rood. Ook in dit boek weer.
Lydia reisde naar Nicaragua en kwam terug met het verhaal van Mateo, de jongen die droomt van een eigen
honkbalhandschoen. Samen met zijn beste vriend Denis meent hij dat gokken bij de hanengevechten de beste
manier is om aan het benodigde geld te komen. Maar dat zijn slechts de uitgangspunten van dit mooie verhaal. Het
gaat over armoede en rijkdom, over waarheden en leugens, over kansen en geluk, maar vooral over vriendschap.
En dat alles via Mateo, die we, dankzij Lydia Rood, meteen in ons hart sluiten.
DE GLITTERGROT – Odo Hirsch (Gottmer)

Soms is het fijn als je een boek voor pakweg 10+ aantreft dat je gemakkelijk aan elke tienjarige kunt aanraden en dat
je gemakkelijk in elke klas kunt voorlezen. Darius Bell woont met zijn oudere broer en zijn ouders op een groot
landgoed. Maar ze zijn straatarm: ze mogen er wonen, in ruil voor – eens in de 25 jaar – een groots cadeau aan de
stad. Dat cadeau kan er dit jaar niet komen vanwege geldgebrek… De setting is origineel, het probleem is origineel,
de oplossing is origineel. En tussendoor is het gewoon lekker lezen over onder meer verse aardbeien en gekkengoud.

Dit boek is vertaald door Tjalling Bos.
VANGO, TUSSEN HEMEL EN AARDE – Timothée de Fombelle (Querido)

Na de spectaculaire boeken over de kleine Tobie Lolness komt De Fombelle nu weer met een dikke, spannende
vertelling. De kleine Vango (‘Evangelisto Romano’ eigenlijk) groeit onder de hoede van Mademoiselle op, al is zij
niet zijn moeder. Wat is zijn afkomst dan wel? Wie zijn Vango’s ouders? Het wordt geleidelijk onthuld in dit kleurrijke
boek. Maar er zit vooral veel vaart in alle scenes, die zich overigens in allerlei landen afspelen. Vango wordt,
eenmaal opgegroeid, achternagezeten door verschillende personen, gedeeltelijk voor een moord die hij niet heeft
gepleegd. Maar wie heeft die moord dan wel gepleegd? En hoe loopt het grote, breed uitwaaierende verhaal af? Dat
zullen we moeten lezen in het tweede deel van Vango, en hopelijk duurt het wachten daarop niet lang.

Dit boek werd vertaald door Eef Gratema.
EEN VADER VOOR ALTIJD - Dolf Verroen (Leopold)

De carrière van Dolf Verroen is zeer indrukwekkend. Zijn eerste boek verscheen al aan het eind van de jaren vijftig,
en zojuist schreef hij een van de mooiste die ik van hem las: EEN VADER VOOR ALTIJD. In zachte, juiste streken
schildert Verroen het portret van Ruben, die een gewone jongen is, in een gewone straat, maar met een ongewone
vader: een man die op een vrolijke manier soms afwijkt van wat men van hem verwacht. Totdat diezelfde vader niet
meer altijd zo vrolijk is: er wordt bij hem darmkanker geconstateerd. Verroen beschrijft op een heel sterke wijze
geheel vanuit Ruben hoe een zoon met de ziekte van de vader (en de bijbehorende depressies) om moet leren gaan.
Het is, en dat is extra knap, geen loodzwaar boek geworden, en als zeer ontroerende troost is er de subtiele
vriendschap van Rubens klasgenoten. Een heel mooi boek, waar Verroen hopelijk luidop voor geprezen zal worden.
KEEPVOGEL EN KIJKVOGEL, IN HET SPOOR VAN MONDRIAAN – Wouter van Reek (Leopold)

Samen met het Gemeentemuseum in Den Haag gaf uitgeverij Leopold de laatste jaren al een aantal zeer geslaagde
kinderkunstboeken uit. Dit is er weer een, en deze is ook weer heel bijzonder. Het bekende Wouter van
Reek-figuurtje Keepvogel (met zijn hond Tungsten) krijgt gezelschap van Kijkvogel (met zijn hond Foxtrot).
Het allermooist zijn de adembenemende platen in dit boek. Op fenomenale wijze leidt Van Reek ons in de
beeldwereld van Mondriaan binnen. Zowel het oude als het late werk komt aan bod, en we verdwalen in
geweldige Mondriaansteden en Mondriaangebouwen. We worden er allemaal ademloze kijkvogels van.

VLIEGENSVLUGGE VLIEG – Michael Rosen/Kevin Waldron (Lemniscaat)
MAMA KWIJT – Chris Haughton (Gottmer)

Heerlijk lijkt het me, twee, drie jaar oud zijn en door je vader, moeder, oppas of grote zus
een van deze twee prentenboeken voorgelezen krijgen. Dat zal dan waarschijnlijk weer en
weer en weer moeten, want het zijn verhalen als vrolijke, makkelijke mantra’s, met een
heldere structuur en – en hoe belangrijk is dat – humor.
Vlieg ontsnapt in VLIEGENSVLUGGE VLIEG aan alle dieren die hem willen pletten en het
jonge uiltje uit MAMA KWIJT is, inderdaad, zijn mama kwijt, maar de moederexemplaren
die Eekhoorn hem aanwijst blijken stuk voor stuk hilarisch de verkeerde te zijn. Tot er
natuurlijk een happy end is. Voeg daar zeer expressieve, heldere, originele tekeningen aan
toe en je hebt juwelen van prentenboeken die langer mee zullen gaan dan één keer lezen.
Opvallend in beide boeken: de mooie belettering, vooral in MAMA KWIJT. Maar ik las op
de site van de uitgever dat de jonge prentenboekmaker Haughton dan ook vormgever is.

Vliegensvlugge vlieg werd vertaald door Koos Meinderts, en Mama kwijt werd vertaald door
J.H. Gever (zeer mooie keuze voor de titel, die in het origineel ‘A bit lost’ is).
MIJN OPA DE BANKROVER – Sjoerd Kuyper (Lemniscaat)

Lemniscaat is de nieuwe uitgever van Sjoerd Kuyper. Dat is goed nieuws, en het wordt meteen al gevierd met de
heruitgave van een verhaal dat eerder in een niet al te bekend geworden bundel stond. En het is een heerlijk weerzien
met de geweldige stijl van Kuyper. ‘Tante Nel smeerde altijd zo’n dikke laag make-up op haar kop dat je nooit zeker
wist of ze er zelf wel onder zat. Tot ze begon te praten. Dan wist je het.’
Het verhaal gaat over Grace, die geadopteerd is uit Colombia, en haar opa, die in het bejaardentehuis geen mooi
leven heeft. Het verhaal is ook de basis voor een onlangs uitgekomen film, en in deze uitgave is dan ook ruimte voor
kleurenstills uit die film. Maar het mooiste van dit boek is het feit dat hierbij Sjoerd Kuyper weer helder aanwezig is
in de Nederlandse kinderboekenwereld.
GALGENMEID – Jean-Claude van Rijckeghem en Pat van Beirs (Manteau)

Ze kregen er zojuist de Boekenleeuw voor, en GALGENMEID is dan ook een mooie, sterke opvolger van
JONKVROUW, hun vorige dikke historische roman, waarmee ze ook al vele prijzen kregen.
Van een eerste wervelend hoofdstuk waarin Gitte Niemandsdochter een dievegge is, samen met haar vriend Karel de
Kerkpisser, via een heel nieuw leven in Spanje, naar een ruim bevredigend slot: de heren Van Rijckeghem en Van
Beirs zijn echte verhalenvertellers.
Daarvan zijn er niet zoveel in de Nederlandstalige jeugdliteratuur, dus: koesteren die twee. En uitkijken naar een
volgend boek.
KONIJNTJESBROOD – André Sollie (Querido)

Dit boek is misschien wel het meesterstuk van alleskunner André Sollie. Hier toont hij op elke pagina met beeld het
hele spectrum van zijn kunnen, van collage tot inktlijnen, van ingetogen figuratief tot wild & vrij, van kleur tot
zwartwit: alles zit er in en alles is in balans. Maar dat hele spectrum van zijn kunnen toont hij ook op elke pagina met
tekst: van een vrolijk verhaal tot heerlijke versjes, van grappig absurd tot toch zeer begrijpelijk. Dit prentenboek
stijgt meteen tot de top van de hele kinderboekenjaarproductie van 2011. Een complete heerlijkheid.
MINI VOETBALT – Kitty Crowther (De Eenhoorn)

O, wat is het toch fijn dat ook de nieuwe boeken van Kitty Crowther in het Nederlands uitgegeven worden. Ook dit
meest recente deel uit de Poka-en-Mini-reeks. In dit avontuur wil Mini per se op voetbal, ook al moet ze als meisje
in een jongenssport wel over wat barrages heen. De tekeningen zijn weer geweldig. Het is alsof Kitty Crowther altijd
precies weet wanneer ze haar potloden moet oppakken en wanneer ze ze weer neer moet leggen: in de tekeningen
staat alles, en nooit iets teveel. Een perfecte scene-beheersing, dit keer ook nog eens in een grappig en toegankelijk
verhaal.

Dit boek werd vertaald door Siska Goeminne.
LÉON GROMT – Riske Lemmens (De Eenhoorn)

Léon is misschien wel een ADHD-jongetje. Hij voelt zich een tijger en hij gromt dus, hij brult en heeft machtsvertoon
nodig om zijn eigen onzekerheden te overschreeuwen. Maar dit voor veel kinderen herkenbare prentenboek is óók
een ode aan Léons moeder: die weet precies hoe ze hem aan moet pakken. De prenten zijn rijk en warm, dreigend en
smeuïg tegelijk. Een boek van een dubbeltalent om goed in de gaten te houden!

IK WIL VLEUGELS! – Jan Paul Schutten en Angela de Vreede (Querido)

De tekeningen en het idee waren er eerst: Angela de Vreede wilde vogels tekenen, en door alle aspecten van het
vogel-lijf en van het vogel-zijn te belichten, is het ook een boek over vliegen geworden (en zelfs ook over de wens van
de mens om te kunnen vliegen). Jan Paul Schutten schreef er teksten bij, waarna ze samen weer keken hoe ze het nog
meer tot een geheel konden smeden. Dat is uitzonderlijk goed gelukt. Dit is een rijk boek, zowel van beeld als van
tekst. De balans is perfect, en het lijkt me dan ook niet makkelijk om in de categorie non-fictie dit boek nog te
overtreffen dit jaar.
SUPERDETECTIVE BLOMKWIST, SUPERDETECTIVE BLOMKWIST LEEFT GEVAARLIJK, HIER SPREEKT
SUPERDETECTIVE BLOMKWIST,
verzameld in DE BENDE VAN DE WITTE ROOS – Astrid Lindgren (Ploegsma)

Het is oorlog in deze drie boeken over Kalle Blomkwist, de jonge superdetective. Oorlog tussen de Witte Rozen en de
Rode Rozen. Maar het is een gemoedelijk soort oorlog, want de jongens (en het ene meisje) die eraan deelnemen zijn
echte Lindgren-kinderen: ze gaan op in hun spel, maar als het belangrijk is om er voor elkaar te zijn, dan zijn ze dat.
Deze drie boeken stammen uit de beginperiode van Astrid Lindgrens carrière, maar er zit al zoveel in: het
onvoorwaardelijk kiezen voor de wereld van de kinderen, de sprankelende dialogen, de weemoed van de mooie
Zweedse zomers. Wie ze leest bezorgt zichzelf een heerlijk verblijf.

Het eerste deel is vertaald door Rita Törnqvist-Verschuur, de andere twee door Reinolt Duerings.
MIKIS DE EZELJONGEN – Bibi Dumon Tak (Querido)

Het zit hem in het mooie decor (een dorpje op het Griekse eiland Korfoe). Het zit hem in de heldere schrijfstijl
(voor kinderen vanaf een jaar of zes). Het zit hem in het verhaal (Mikis sluit innige vriendschap met de ezelin van
zijn opa, hij overlegt met haar over een naam – Tsaki – en weet zijn opa ervan te overtuigen dat hij beter voor haar
moet zorgen, dat ze geen levende tractor is). Het zit hem in de milde humor. Het zit hem in de sprekende details (de
juf heeft, als haar verkering niet uit is, elke ochtend plat haar – vanwege de motorhelm die ze ophad als ze door
haar vriendje naar school werd gebracht). Het zit hem in de slimme plotopbouw. Het zit hem vooral ook in de
mega-geweldige tekeningen van de mega-geweldige tekenmeester Philip Hopman (dat omslag, die entree in het
boek, waardoor we langzaam de scene naderen, dat groepje kinderen op de eerste schooldag na de vakantie, die
ezeltjes, ja die ezeltjes!). Het zit hem in de vormgeving van Steef Liefting. Kortom: dit is een heerlijk boek om de
lente mee te vieren.
SUPER – Endre Lund Eriksen (Van Goor)

Opnieuw een mooi jeugdboek van een van de oprukkende Noren. In een thrillerachtige verhaal laat Endre Lund
Eriksen de lezer samen met hoofdpersonage Julie de werkelijke waarheid ontdekken achter de spannende jongen die
zomaar haar leven in spettert: Jomar. In dit zeer goed opgebouwde boek zitten meerdere
ahaaaaa-zit-het-zo-momenten, waardoor je graag en snel doorleest. Daarnaast is Julie een
niet-doorsnee-hoofdpersoon, die je toch met het grootste gemak kunt begrijpen. Waarom ik dit zo schrijf, en
waarom de uitgeverij gelukkig ook op de achterflap geen clues weggeeft, dient zelf gelezen en ontdekt te worden.
Goed boek.

SUPER werd vertaald door Gitte Möller.
DRIEDELIG PAARD – Ted van Lieshout (Leopold)

Aan zijn toch al omvangrijke oeuvre voegt Van Lieshout een nieuw deel toe. Waarlijk nieuw, omdat hij voor de
verhalen uit dit boek het genre van de blokgedichten hanteert: in een vierkant gezette teksten, die vaak brieven
lijken, zonder aanhef en zonder afzender. Ze gaan van makkelijk tot moeilijker, zijn vanuit een kind of een volwassene
geschreven, en zijn dus – een bekend gegeven in Van Lieshouts werk – voor alle leeftijden. Waarlijk vertrouwd is dit
boek tegelijkertijd ook: thema’s die echt Tedvanlieshouts zijn komen ook nu weer mooi terug. Tenslotte zorgen de
bijpassende beeldsonnetten voor een sterk opgebouwd, compleet geheel.

MIJN ZUS WOONT OP DE SCHOORSTEENMANTEL – Annabel Pitcher (Pimento/Mistral)

Kleine Jamie is deel van een veel te hard getroffen gezin: een van zijn twee oudere zussen (een tweeling) komt om
bij een terroristische bomaanslag (door een moslim) in Londen. Zijn andere zus houdt samen met Jamie nu al jaren,
zo goed en zo kwaad als dat gaat, de moed erin, maar hun ouders bezwijken onder het verdriet. En dan raakt Jamie
bevriend met uitgerekend een moslimmeisje. Een mooi, bijzonder verhaal, op een zeer inlevende, subtiele manier
verteld door nieuw talent Annabel Pitcher.

MIJN ZUS WOONT OP DE SCHOORSTEENMANTEL werd vertaald door Ellis Post Uiterweer.
SOKKENTHEE EN CHOCOLA – Mariken Jongman (Lemniscaat)

Mariken Jongman is een belangrijk schrijfster aan het worden. Ze leverde al twee uitstekende jeugdboeken af
(KIEK en RITS), waarin je meteen, vanaf de eerste bladzijde, geloofde in de hoofdpersoon. Jongman heeft een
groot talent om kinderen met heel hun persoonlijkheid levendig voor het voetlicht te brengen. Dat is ook weer de
grote charme van SOKKENTHEE EN CHOCOLADE. De vitale Wieske heeft zin in de zomer, ook al is haar vader altijd
aan het werk en ook al blijkt haar nieuwe huis niet naast huizen met vriendelijke buurkinderen te staan. Wieske
besluit daar vervolgens zelf wat aan te doen. Met vrolijk gevolg.
KORTE LONTJES – Chris Bos/Nicole Jongman (Querido)

KORTE LONTJES is het negende Slashboek. Uitgeverij Querido mag trots zijn met de deelname van Chris Bos, want
hij schreef in het verleden uitzonderlijk goede jeugdboeken, zoals EIGEN SCHULD en KLEINE LEUGENS. Hij vormde
voor dit boek een duo met Nicole Jongman, wier levensverhaal hij mocht gebruiken voor een bijzondere
Slashroman. Hoofdpersoon Sabine heeft ADHD en is topsporter. Maar haar thuissituatie is lastig: haar vader is
uitgezonden geweest naar Bosnië, en heeft daar een trauma en een veranderd temperament aan over gehouden.
KORTE LONTJES is een origineel boek geworden, geloofwaardig geschreven, indringend verbeeld. Dank aan Nicole
Jongman voor haar verhaal, dank aan Chris Bos voor het boek.
VLAMMEN – Suzanne Collins (Van Goor)

Na de huiveringwekkende Hongerspelen uit het eerste deel van Suzanne Collins’ trilogie moet hoofdpersoon Katniss
Everdeen nu opnieuw de door de machthebbers van haar staat opgelegde sadistische spelen doorstaan. Maar
misschien zijn er tekenen van opstand in de verschillende districten… Dit tweede deel is net zo spannend als het
eerste, en dat is ongelooflijk knap. Daarbij verzon Collins enkele prachtige beelden, zoals Katniss’ bruidsjurk die door
een ingenieus mechaniek brandend verandert… in een spotgaai. Wat ook de titel is van deel drie (DE SPOTGAAI dus).
Waar ik naar uitkijk.

Dit boek werd vertaald door Maria Postema.
EVI, NICK EN IK – Anna Woltz (Leopold)

Schreef Anna Woltz met RED MIJN HOND eerder al een geweldig boek over de liefde voor een hond, nu schreef ze
een geweldig boek over de liefde voor een kip. Of eigenlijk over de liefde, punt. In de eenentwintig dagen die het
duurt voor zeven kippeneieren zijn uitgebroed leren de tien- en elfjarige Flora, Evi en Nick veel méér over de liefde
dan ze verwachten. Opnieuw is dit Woltzboek een genot om te lezen. De schrijfster beheerst haar karakters, haar plot
en haar dialogen. Je moet lachen, je bent benieuwd en je bent ontroerd. Veel complimenten.
LUKE EN JON – Robert Williams (Prometheus)

Wel een jongerenboek, niet een jongerenboek – het maakt niet uit bij een zo mooie, beheerste roman. Hij stond op
de shortlist van de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs en dat is volkomen terecht. Het warme, indrukwekkende
verhaal gaat over twee dertienjarigen die niet in de gemakkelijkste omstandigheden opgroeien, maar elkaar wel in
evenwicht weten te houden door een bijna vanzelfsprekende vriendschap. Het is ook een poëtisch boek, zonder dat
de stijl per se lyrisch is: de beelden (soms zelfs de letterlijke beelden: dat van een groot steigerend houten paard in
een dicht bos) blijven je bij, ook na het lezen van de laatste hoofdstukken uit LUKE EN JON. Geluk: het is een
debuutroman, dus hopelijk komt er meer bijzonders uit de pen van Williams.

Dit boek werd vertaald door Auke Leistra.
WOLFJE – Claudia Jong (Gottmer)

Wat een fris boek! Wolfje sluit vriendschap met Rooie, een zwerver die ze aantreft op een matras, onder een afdakje
bij de boekwinkel. Debutante Claudia Jong heeft een vrolijk verhaal geschreven, waarin het soms toch echt ook over
‘zwaardere’ zaken gaat – al zijn die nergens té zwaar. Het boek valt vooral op door de soms sprankelende dialogen
tussen Wolfje en Rooie. Een heel goede eerste van Jong, en hopelijk zal er snel een tweede zijn!
DE KAST VAN STIEN – Reine De Pelseneer/Leen De Pelseneer (De Eenhoorn)

Stilletjes verschenen, geen trommels en trompetten: een mooi klein poëzieprentenboekje op tekst van Reine De
Pelseneer. Wat een gave gedichtjes staan er in dit boek! Het zijn er maar veertien, en elk versje krijgt een flinke
tekening mee (van Leen De Pelseneer), dus veel letters staan er niet in: maar het is een mooie krans van poëzie
geworden. In het eerste gedichtje wordt verteld over de kast van Stien die alles bevat wat het kleine meisje leuk vindt,
‘Ga maar mee met Stien, ze wil je alles laten zien.’ En dan reizen we mee met de beer en de bal, met het schilderij van
de zee, en – absoluut hoogtepunt van het boek – het roze paard. Aan het eind van de bundel gaat Stien slapen. Ik ben
erg weg van de lieve kleinheid van deze verzen, van de (pas op, dat is helemaal niet makkelijk!) toegankelijke
eigenheid. Hier mag meer van komen.
BESTE BREGJE BOENTJES – Mathilde Stein/Chuck Groenink (Lemniscaat)

Een mooi nieuw prentenboek voor kinderen vanaf een jaar of zes (ongeveer, denk ik). Bregje Boentjes heeft
waarschijnlijk niet zo’n spannend leven. Ook vandaag moet ze weer boodschappen doen en ook vandaag zeurt haar
moeder weer aan haar hoofd. Maar dan ligt er een brief op de trap. Voor haar. Mathilde Stein schreef daarna óók de
brieven die, in de fantasie van Bregje, in de envelop zouden kunnen zitten… Chuck Groenink tekende er mooie brede
platen bij, waarin we het verlangen van Bregje rijkelijk verbeeld zien. Dit is een goed prentenboekdebuut voor
Groenink (eerder leverde hij o.a. al prachtig werk voor een eerste leesboekje dat door Maranke Rinck geschreven
werd).